Geen herstructurering bij de Europese raffinage-industrie
|
Berichten uit 1997
|
De huidige ontwikkelingen in de Europese raffinage-industrie laten een
negatief beeld zien: (al of niet tijdelijke) sluiting van raffinaderijen
en gedwongen samenwerking om de kosten te drukken. De Europese
raffinage-industrie kan geografisch worden onderverdeeld in Zuid-Europa,
waar de raffinaderijen moeten concurreren met het Midden-Oosten en
Noord-Europa, waar de concurrentiestrijd vooral intern wordt gevoerd.
Voor Europese raffinaderijen zijn diesel en gasolie de belangrijkste
producten (in de VS is dat benzine). De marges in Noord-Europa zijn
gemiddeld 0,10 à 0,15 $/vat (f. 0,20 à f. 0,30/vat) hoger dan de
marges in Zuid-Europa. De gemiddelde Noordwest-Europese raffinaderij
haalt een marge van $ 1,60 à $ 2 per vat in 1997 (was $ 1,25 in
1995). De raffinage-industrie volgt overlevingsstrategieën om de
slechte situatie met kleine winstmarges het hoofd te kunnen bieden.
Zaken als extra aandacht voor kostenbesparingen, prestatie-management
(waarbij de korte-termijn planning en bedrijfsresultaten in een periode
systematisch worden vergeleken met de theoretisch te behalen marges) en
consolidatie (het verstevigen van de huidige positie) zijn hierbij van
belang. In zowel Europa als de VS is consolidatie zichtbaar door
samenvoegingen, joint ventures, overnames of verkoop.
In Europa heeft in 1996 een grote fusie plaatsgevonden tussen de
raffinage- en marktactiviteiten van BP en Mobil. Hierdoor zijn er drie
grote spelers ontstaan (Shell, Exxon en BP/Mobil) die ieder 10 tot 12%
van de Europese markt (OESO-landen) in handen hebben. Kijkend naar de VS
werd verwacht dat middelgrote bedrijven als Agip, Repsol, Total en Elf
via fusie zouden proberen aansluiting te krijgen bij de grote drie. Dit
is echter nog niet gebeurd in Europa, mogelijk om de volgende redenen:
- In Europa spelen nationale en politieke belangen een
grotere rol; Europa heeft weinig beursgenoteerde onafhankelijke
oliemaatschappijen.
- Bij fusies worden geen rigoureuze prioriteiten gesteld
vanwege gehechtheid aan het eigen merk, het eigen marktaandeel en
de eigen macht.
Terug naar thema
Olieproducten en raffinaderijen 1997