Zonne-energieprojecten met AC-modules
|
Berichten uit 1998
|
De ontwikkelingen rond PV kenmerken zich in 1998 door de promotie van
gestandaardiseerde kleinschalige systemen voor woningen. Met de
installatie van PV-panelen op de meest noordelijke, zuidelijke,
oostelijke en westelijke woning van Nederland start Greenpeace op 18
februari officieel het zonne-energieproject 'Solaris'. Met dit project
wil Greenpeace de definitieve marktdoorbraak van zonnepanelen tot stand
brengen. Met informatie-verstrekking aan het publiek en de inschrijving
van klanten wil Greenpeace aantonen dat er een markt is voor
zonne-energie. Eind 1998 heeft de actie bijna vijfduizend aanvragen voor
14.000 zonnepanelen van 1 m
2 opgeleverd. Drie
energiedistributiebedrijven (ENW, ENECO en REMU), hebben het initiatief
genomen tot het PV-groei-concept. Ze willen de komende drie jaar 10.000
zonnecelsystemen realiseren van elk 4 m
2 met een gezamenlijk
vermogen van 4 MW
p. Beide projecten (Solaris en PV-groei) gaan uit
van de toepassing van een nieuw type zonnepaneel, de zogenoemde
AC-module. Deze panelen met geïntegreerde elektronica genereren een
wisselspanning die exact gelijk is aan de wisselspanning in het
huishoudelijke elektriciteitsnet. De panelen kunnen eenvoudig op het dak
van een woning worden gemonteerd en direct via een stopcontact op het
huishoudelijke elektriciteitsnet worden aangesloten.
In september sluiten acht nieuwe partijen zich aan bij het PV-convenant,
dat in januari 1997 van start is gegaan. Deelnemers aan het convenant
zijn onder andere gemeenten, energiebedrijven (waaronder de hierboven
genoemde drie), projectontwikkelaars, producenten en adviesbureaus. EZ
en Novem hebben in 1997 het convenant getekend. Het doel is in 2000 7,7
MWp te hebben geplaatst.
Terug naar thema
Energiedistributie 1998