Fusie productiebedrijven en Sep tot Grootschalig Productiebedrijf mislukt |
Berichten uit 1998 |
Een andere reden is het uiteenlopende belang dat de vier productiebedrijven hebben bij de vorming van een GPB. UNA en EZH zijn in handen van lagere overheden en zien het GPB als een belegging en streven naar een zo hoog mogelijke elektriciteitsprijs. EPZ en EPON zijn in handen van lokale distributiebedrijven en zien het GPB als een leverancier van een grondstof en willen elektriciteit voor een zo laag mogelijke prijs.
Als laatste moet nog genoemd worden dat het GPB zich op de lange termijn waarschijnlijk niet zou beperken tot centrale elektriciteitsproductie. De decentrale elektriciteitsopwekking door middel van kleinschalige warmte/kracht-koppeling en duurzame elektriciteitsbronnen zou in de toekomst interessant kunnen worden voor het GPB. Nu nog is deze markt een zaak van de distributiebedrijven maar in een geliberaliseerde markt verdwijnt het strikte onderscheid tussen productie- en distributiebedrijven. Het GPB zou daarmee op de lange termijn een concurrent van de distributiebedrijven kunnen worden.
De poging tot een fusie van de elektriciteitsproducenten tot één nationale producent was een initiatief van de Minister van EZ, die eind 1995 in de Derde Energienota aankondigde te zullen streven naar de vorming van een GPB. De huidige vier elektriciteitsproducenten zouden ieder op zich te klein zijn om de internationale concurrentie op de Europese elektriciteitsmarkt aan te kunnen.
Het niet doorgaan van de vorming van het GPB, betekent dat de
mogelijkheid wordt geopend voor andere fusiecombinaties om de
internationale concurrentiestrijd aan te gaan