Niet-marktconforme investeringen in de elektriciteitssector |
Berichten uit 1998 |
Aangezien een deel van die investeringen in 'bakstenen' op verzoek van de regering is gedaan, is het Ministerie van mening dat de overheid een taak heeft in het oplossen van deze problemen. In reactie op het mislukken van de oprichting van een GPB laat het Ministerie weten dat de gedane toezeggingen over het op zich nemen van een deel van de kosten van de bakstenen, blijven staan. Als reden wordt de draagkracht van de Nederlandse bedrijven genoemd. In het kader van de liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt, streven producenten en het Ministerie ernaar deze verliesposten te saneren. De vrees is dat anders de stroombedrijven de internationale concurrentieslag zullen verliezen, vanwege de sterke prijsdalingen.
De energiesector heeft deze kosten van de niet-marktconforme investeringen geraamd op 17 miljard gulden bij een gemiddelde elektriciteitsprijs van 5ct/kWh; dat is inclusief gederfd rendement en waardevermindering van activa. De overheid wenst niet bij te dragen in gederfd rendement en waardevermindering van activa, maar neemt een deel van de niet-marktconforme kosten over die afhankelijk zijn van de marktprijs van elektriciteit. Bij een marktprijs van 7 ct/kWh is het overheidsaandeel 40%. Daalt de marktprijs onder de 7 ct/kWh dan is het Ministerie bereid tot 80% bij te dragen in de kosten. Deze overheidsbijdrage zal worden gefinancierd door middel van een opslag op het nettarief. De stroomproducenten en het Ministerie sluiten over deze opslag op het nettarief een akkoord op hoofdlijnen. Bij een gemiddelde stroomprijs van 7ct/kWh basislast betalen de producenten zelf f. 3 miljard en is de opbrengst uit de verhoging goed voor f. 2,1 miljard. Bij een prijs van 5ct/kWh moeten de producenten f. 1,5 miljard opbrengen en levert de transportopslag f. 6,3 miljard op, de toeslag bedraagt in dit geval 0,9ct/kWh.
Begin 1999 blijkt dat de elektriciteitssector intern niet tot
overeenstemming kan komen over de verdeling van de gedane investeringen
in nieuwe centrales (Eemscentrale- EPON) en de financiële gevolgen van
beleidswijzigingen ten aanzien van kernenergie (Borssele-EPZ). Het
Ministerie zal daarom een wettelijke regeling opstellen waarin wordt
aangegeven hoe deze kosten verdeeld zullen worden tussen overheid en
elektriciteitssector. Het akkoord op hoofdlijnen komt daarmee te
vervallen.