Wetsvoorstel nieuwe Mijnbouwwet naar Tweede Kamer |
Berichten uit 1998 |
Het wetsvoorstel regelt de bescherming van het milieu voorzover die niet via de Wet Milieubeheer wordt geregeld, zoals het geval is voor opsporing en winning van delfstoffen op het continentaal plat. Overeenkomstig de geldende regelgeving bevat het wetsvoorstel een bepaling over opsporingsvergunningen voor de Waddenzee. Deze worden alleen verleend voorzover dit voortvloeit uit de planologische kernbeslissing Waddenzee. Ook stelt het wetsvoorstel regels aan het opruimen van mijnbouwinstallaties in zee, die niet meer worden gebruikt.
Van de gelden die in verband met het opsporen en winnen van aardgas en
aardolie worden afgedragen aan de Nederlandse Staat, de aardgasbaten,
wordt de afdracht bij de Mijnbouwwet geregeld. De regeling van de
afdrachten is in het wetsvoorstel enigszins verschillend van de geldende
wetgeving. De nieuwe afdrachtregeling gaat gelden voor de nieuwe
vergunningen en voor de bestaande vergunningen en concessies, voorzover
deze na 1965 zijn afgesloten. De regeling zal voor de
mijnbouwmaatschappijen financieel gezien gunstig tot neutraal zijn. De
vijf oudste concessies (waaronder die voor het Slochterenveld) behouden
hun afdrachtbepalingen.