Derde Nationaal Milieubeleidsplan

Berichten uit
1998
Begin februari brengen de Ministeries van VROM, EZ, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV), V&W, Financiën en Ontwikkelingssamenwerking gezamenlijk het derde Nationaal Milieubeleidsplan uit. Dit plan, afgekort het NMP3, bevat het milieubeleid voor de periode 1998-2002. Van de drie belangrijkste knelpunten van het huidige milieubeleid die in het NMP3 worden genoemd, hangen er twee nauw samen met het gebruik van energie: klimaatverandering als gevolg van de toenemende concentraties van broeikasgassen, met name CO2, en verzuring door onder andere NOx (en ammoniak uit de landbouw). Als derde belangrijke knelpunt wordt geluidhinder genoemd, onder meer door het verkeer. Deze knelpunten hangen samen met de blijvende groei van de economie en de bevolking. Hierdoor dreigen de emissies weer te stijgen. Met uitzondering van de emissie van CO2 was de afgelopen tien jaar juist sprake van een dalende milieubelasting bij een groeiende economie, door een toenemende milieu-efficiency. De volumegroei van economie en bevolking dreigt de komende jaren echter die toenemende efficiency te overtreffen.

Per doelgroep worden beleid en taakstellingen geformuleerd. Het kabinet houdt in het NMP3 vast aan de doelstellingen die in de eerdere NMP's zijn gesteld voor 2010, maar gaat ervan uit dat bij de huidige verwachting van de economische groei een aantal tussendoelstellingen voor 2000 later wordt bereikt.

Voor verzuring blijft de doelstelling vooralsnog 1400 zuurequivalenten per hectare per jaar in 2010; aan het einde van de planperiode van het NMP3 zal worden getoetst in hoeverre die doelstelling haalbaar is. De tussendoelstelling voor NOx voor het jaar 2000 wordt verschoven naar 2005. Voor SO2 en ammoniak worden de tussendoelen voor 2000 wel gehandhaafd. Voor de doelgroepen industrie, raffinaderijen en energiebedrijven wil het kabinet komen tot een systeem van kostenverevening. In zo'n systeem zouden bedrijven onderling moeten afspreken de meest kosteneffectieve maatregel per sector te nemen en daarvan onderling de kosten verdelen. Wanneer het bedrijfsleven niet zelf met een aanpak komt, zal het kabinet met een mix van regulerende maatregelen komen. Voor klimaatverandering wil het kabinet als instrument de MJA's hanteren, in combinatie met regelgeving en de mogelijkheid van benchmarking.

Voor de energiebedrijven, dat wil zeggen productie- en distributiebedrijven en Gasunie, vormt het Besluit Emissie-eisen Stookinstallaties, dat in 1998 is aangescherpt, de basis van het beleid tegen verzuring. Voor het milieubeleid in het NMP3 tot het jaar 2010 wordt in de begroting van 1998 f. 2,6 miljard extra gereserveerd. Het NMP3 bevat verder nog een lijst van opties, mogelijke maatregelen, die extra geld kosten. Omdat het derde Nationaal Milieubeleidsplan zo kort voor de Tweede-Kamerverkiezingen uitkomt, wordt de beslissing over die extra maatregelen overgelaten aan het nieuw te vormen kabinet, dat daarover afspraken kan maken in het regeerakkoord.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998