Bestemming f. 500 miljoen voor klimaatbeleid |
Berichten uit 1998 |
Nederland is een groot voorstander van de zogenaamde Kyoto-mechanismen: Joint Implementation (JI), het Clean Development Mechanism (CDM) en emissiehandel. Deze mechanismen maken het mogelijk dat landen een deel van hun verplichte reductie van broeikasgasemissies bewerkstelligen in het buitenland. Bij JI en CDM wordt geld en kennis uit het ene land ingezet om gezamenlijk met een ander land aldaar de broeikasgasemissies terug te dringen. De emissiereductie kan dan (gedeeltelijk) op het conto van het investerende land worden geschreven. In het kader van het proefprogramma Activities Implemented Jointly (AIJ), dat formeel eind 1999 afloopt, tellen deze emissiereducties nog niet mee. Voor dit proefprogramma heeft Nederland zich de laatste jaren sterk ingezet. Er lopen al diverse JI-projecten tussen Nederland en met name Oost-Europese landen, maar ook met enkele ontwikkelingslanden. In 1998 worden overeenkomsten getekend met de landen Roemenië, Tsjechië en Bulgarije.
In maart wordt door de Ministers van VROM en LNV, de ANWB, en de stichtingen Bos en Hout, Face en Groenfonds een intentieverklaring getekend, om de mogelijkheden te verkennen voor een systeem van boscertificaten. Be drijven zouden door de aankoop hiervan investeren CO2-vastlegging in bossen.
Nederland gaat in juni een samenwerkingsverband aan met de Amerikaanse
staat New Jersey voor het ontwikkelen van beleid tegen het
broeikaseffect.