Besluit Emissie-eisen Stookinstallaties aangescherpt

Berichten uit
1998
Per 23 april zijn de Besluiten emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A en B (BEES A en BEES B) gewijzigd. De wijzigingen komen voornamelijk neer op uitbreiding en aanscherping van de eisen voor NOx-emissies. BEES A en B bevatten de emissie-eisen voor stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en stof door installaties die warmte, stoom of elektriciteit opwekken voor bedrijven of voor de openbare energievoorziening. BEES A geldt voor grote inrichtingen, zoals elektriciteitscentrales, raffinaderijen en grote chemische bedrijven. Hiervoor is het bevoegd gezag, dat de vergunningen verleent, de provincie. BEES B geldt voor de overige categorieën van inrichtingen; dit zijn vooral kleinere industrieën en bedrijven. Hiervoor is doorgaans de gemeente het bevoegd gezag.

Het BEES wordt uitgebreid met enkele categorieën waarvoor nog geen NOx-emissie-eisen golden. Zo wordt de ondergrens verlaagd voor het thermisch vermogen van ketelinstallaties voor gasvormige en vloeibare brandstoffen waarop het BEES van toepassing is van 2,5 MW naar 0,9 MW. De eis gaat gelden vanaf 1 januari 1999. Hiermee wordt het gat gedicht, dat bestond tussen het BEES en het Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden 1995, dat geldt voor ketels kleiner dan 0,9 MW.

Een andere nieuwe categorie waarvoor eveneens NOx-emissie-eisen gaan gelden, zijn gasmotoren die geplaatst zijn voor augustus 1990. Deze aanpassing is van belang omdat deze gasmotoren vaak hoge tot zeer hoge NOx-emissies hebben. De eisen gaan gelden vanaf 1 januari 2000. Motoren die voor 1 januari 2001 uit bedrijf zullen worden genomen, hoeven niet te worden aangepast. De eisen gelden evenmin voor gasmotoren kleiner dan 50 kW asvermogen. Waarschijnlijk zullen bij 500 gasmotoren maatregelen moeten worden getroffen, op een geschat aantal van 1400 gasmotoren daterend van voor 1990.

Strengere NOx-eisen dan weleer gaan gelden voor nieuwe grote gasgestookte ketels, en voor bestaande gasgestookte ketels en fornuizen kleiner dan 10 MW wanneer de brander wordt vervangen. Ook gaan strengere eisen gelden voor oliegestookte ketels, gasgestookte fornuizen en losse gasturbines. In een aantal gevallen kan het bevoegd gezag scherpere of minder strenge eisen stellen.

Voor bestaande gasgestookte ketels en fornuizen wordt de werkingssfeer beperkt; de eisen gelden niet langer voor bedrijfstijden van 500 uur of minder.

Er verandert niets aan de eis voor gasturbines in warmte/kracht- en STEG-installaties en voor die gas- en dieselmotoren waarvoor al NOx-eisen golden.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998