EU-lastenverdeling Kyoto-doelstelling |
Berichten uit 1998 |
Met de Nederlandse voorwaarden stemt de Milieuraad in zoverre in, dat de Raad aan de Europese Commissie een aantal verzoeken doet om op concrete terreinen gemeenschappelijk Europees beleid te ontwikkelen. Met name het zogenaamde 'white paper' over duurzame energie en de Commissiemededeling over energiebesparing worden genoemd als Europese beleidsnota's die daarvoor als basis kunnen dienen. Voorbeelden van concrete beleidsterreinen zijn: belastingdifferentiatie voor energiebesparende producten, het verwijderen van belemmeringen voor de toepassing van warmte/kracht-koppeling, zuiniger voertuigen en een verschuiving naar meer milieuvriendelijke vervoerswijzen, een studie naar mogelijke heffingen op vliegtuigbrandstof, verhoging en verbreding van de mimimum-accijnstarieven. In de tekst van het Raadsbesluit over de lastenverdeling is geen clausule opgenomen dat Nederland zich niet aan zijn doelstelling behoeft te houden wanneer een gemeenschappelijk Europees klimaatbeleid niet van de grond komt. In de onderstaande tabel staan de reductieverplichtingen voor de Europese lidstaten.
Verplichte emissiereductie 2008-2012 ten opzichte van 1990
|
|
|||||
| België | -7,5 | Italië | -6,5 | ||
| Denemarken | -21,0 | Luxemburg | -28,0 | ||
| Duitsland | -21,0 | Nederland | -6,0 | ||
| Finland | 0,0 | Oostenrijk | -13,0 | ||
| Frankrijk | 0,0 | Portugal | +27,0 | ||
| Griekenland | +25,0 | Spanje | +15,0 | ||
| Groot-Brittannië | -12,5 | Zweden | +4,0 | ||
| Ierland | +13,0 | ||||
|
|
|||||
Het beleid dat de Nederlandse regering zal voeren om aan de
reductieverplichting te voldoen, zal het kabinet bekendmaken in de
Uitvoeringsnota Klimaatbeleid, die begin 1999 moet verschijnen.