Start procedure windpark op zee

Berichten uit
1998
De Ministers van EZ en VROM schrijven in een brief aan het parlement, mede namens de Ministers van V&W en LNV, dat het kabinet heeft besloten tot een partiële wijziging van het Tweede Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. De wijziging is nodig voor een demonstratiewindpark op zee, nabij de kust. Dit zogenoemde near-shore windpark moet een capaciteit krijgen van 100 MW en rond 2002 in de Noordzee operationeel zijn. Om een locatie aan te wijzen voor dit grote windpark moet bovendien een Planologische Kernbeslissingsprocedure (PKB-procedure) worden gevolgd, waarvan de brief het begin vormt.

De MER-procedure, die altijd aan een PKB-procedure is gekoppeld, begint op 13 juli met een startnotitie. De notitie gaat op hoofdlijnen in op de milieu-effecten die in het milieu-effectrapport zullen worden beschreven. Ook beschrijft de notitie de achtergrond, aard en omvang van het windpark.

Het windpark moet door particuliere investeerders worden gebouwd, met behulp van een subsidie uit de EZ-regeling CO2-reductieplan. In het kader van dit plan is voor het windpark maximaal f. 60 miljoen gereserveerd. De kosten worden in totaal op ongeveer f. 400 miljoen geraamd. Een aantal consortia heeft belangstelling getoond. Een subsidieregeling wordt voorbereid en zal ter goedkeuring aan de Europese Commissie moeten worden voorgelegd.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998