AER-advies Kyoto-afspraken, gevolgen voor Nederland op energiegebied

Berichten uit
1998
De Algemene Energieraad (AER) brengt in juli een advies uit, waarin deze ingaat op de Nederlandse inzet voor de EU-lastenverdeling van de CO2-reducties en de mogelijke gevolgen voor het Nederlandse energiebeleid.

Volgens de AER is Nederlandse inzet op 6% emissie-reductie, die in juni als verplichting is vastgesteld, onevenredig zwaar. Volgens de Raad had Nederland een substantieel lagere doelstelling moeten krijgen, en waarborgen voor een ondersteunend gemeenschappelijk EU-beleid.

De Raad onderkent dat het potentiële probleem van klimaatverandering beleid noodzakelijk maakt en dat internationale besluitvorming daarvoor essentieel is. Volgens de AER vereisen de nog bestaande onzekerheden echter voorzichtigheid, omdat de te nemen maatregelen grote gevolgen kunnen hebben voor economie en energie. Volgens de AER zijn de grenzen voor redelijk haalbare en economisch verantwoorde energiebesparing in zicht of al overschreden.

Aangaande het Nederlandse energiebeleid wijst de Raad op de noodzaak van goed onderbouwde berekeningen als uitgangspunt, waarbij moet worden gewaakt voor onderschatting van de kosten en overschatting van het technisch-economisch potentieel. De Raad pleit voor energie- efficiëntiedoelstellingen per (sub)sector en voor een stapsgewijze verhoging van het aandeel van CO2-loze energie. Absolute plafonds zijn voor de Raad pas aan de orde, als blijkt dat deze aanpak niet toereikend is. Kosteneffectiviteit is voor de AER de leidraad voor de maatregelen, met het accent op de markt. De Raad denkt aan:

  • Maatregelen via de EU en gebruik van de in Kyoto afgesproken internationale mechanismen, vaak aangeduid met 'flexibele instrumenten'.
  • Emissiereductie van niet-CO2-broeikasgassen en besparing, waarmee aanzienlijk resultaat mogelijk lijkt met concrete en hanteerbare maatregelen.
  • Maatregelen om de gevolgen van groeiende mobiliteit te ondervangen, zoals de ontwikkeling van schoner transport.
  • De stimulering van technologie, als lange termijnstrategie.

Het internationaal concurrerende bedrijfsleven zou in Nederland niet zwaarder mogen worden belast dan in andere landen. Voorzover dit ertoe leidt dat de kosten van het CO2-beleid op de burgers neerkomen, moet voldoende aandacht worden besteed aan het creëren van draagvlak hiervoor.

Het nationale energie-aanbod moet worden beoordeeld op kosteneffectiviteit en lange-termijn kwetsbaarheid van de energievoorziening. Voor een eventueel besluit wordt genomen over de overschakeling van kolen naar gas, moet goed worden nagedacht over het gasbeleid, stimulering van duurzame energie en het langer openhouden van de kerncentrale Borssele.

De Raad beveelt aan experimenten te doen op de terreinen van verhandelbare emissie(reductie)rechten, en op het gebied van CO2-opslag, die aan de orde kan zijn als deze op lange termijn goedkoper is of productie van anders niet winbare methaan- of olievoorraden mogelijk maakt.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998