De nieuwe Elektriciteitswet treedt in werking

Berichten uit
1998
Delen van de Elektriciteitswet 1998 treden per 1 augustus in werking. De artikelen die van kracht worden, voorzien in de aanwijzing van onafhankelijke netwerkbeheerders, het instellen van een toezichthouder en het aanvragen van een vergunning voor levering aan de beschermde afnemers. Als toezichthouder wordt per 1 augustus de Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet (DTe) ingesteld. De dienst, als 'kamer' bij de mededingingsautoriteit NMa ondergebracht, gaat zich bezighouden met een aantal uitvoerende taken en houdt toezicht op de naleving van de wet. De energiedistributiebedrijven splitsen binnen hun bedrijf de activiteiten rond netwerkbeheer en levering. Zij moeten hun netwerkbedrijf aanmelden bij de DTe, die de wijze van splitsing moet goedkeuren.

De uitvoeringsbepalingen over de gesplitste netwerk- en leveringstarieven en het toezicht daarop worden in 1998 nog niet van kracht. In het wetsvoorstel zouden de nadere regels voor het netwerkbeheer en de levering aan beschermde afnemers door de Minister in een Elektriciteitsbesluit worden vastgesteld. De Tweede Kamer wil echter betrokken worden bij de besluitvorming over deze regels. Op verzoek van de Kamer worden deze uitvoeringsbepalingen daarom neergelegd in de Elektriciteitswet. In november zendt de Minister van EZ daartoe een wijzigingsvoorstel naar de Tweede Kamer.

Begin 1998 is nog de verwachting dat een liberale elektriciteitsmarkt begin 1999 van start kan gaan. Door de benodigde wetswijziging wordt de invoering van de liberalisering echter fors vertraagd. Omdat in het begin van 1999 nog geen netwerktarieven kunnen worden vastgesteld kan niet worden voldaan aan een belangrijke voorwaarde voor een liberale elektriciteitsmarkt: een vrije nettoegang. Voor het vaststellen van de tarieven voor beschermde afnemers geldt daarom nog de oude Elektriciteitswet 1989. Hoofdstuk 7 beschrijft de nieuwe Elektriciteitswet 1998.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998