Verschijning Milieubalans 98 |
Berichten uit 1998 |
Een belangrijke oorzaak is de groei van productie en consumptie. Zo was
in 1997 sprake van een hoge economische groei van 3,6%, die zich onder
meer uitte in een stijgend energiegebruik en een grotere mobiliteit.
Door besparingsmaatregelen is de groei van het energiegebruik met een
toename van 2,2% wel achtergebleven bij de economische groei. De
Milieubalans stelt dat de afgelopen tien jaar grote emissiereducties
zijn behaald, maar dat desondanks de doelen voor broeikasgassen (met als
voornaamste
De
Voor de verzurende stoffen geldt, dat de depositie van zwaveloxiden, vooral afkomstig van industrie en raffinage, al jaren afneemt. De daling van de deposities van NOx, vooral afkomstig van het wegverkeer, en van ammoniak, afkomstig uit de landbouw, stagneert al jaren op een te hoog niveau. In 1997 is de zure depositie gedaald tot 4000 zuurequivalenten per hectare per jaar, een afname van 45% ten opzichte van 1980. De depositie zal waarschijnlijk dalen tot 3300 zuurequivalenten in 2002, terwijl de doelstelling voor de verzurende stoffen tezamen 2400 zuurequivalenten per hectare is in 2000. Deze doelstellingen zijn afkomstig uit het tweede Nationale Milieubeleidsplan (NMP2). In februari 1998 is het derde Nationale Milieubeleidsplan verschenen (NMP3). De Milieubalans voorspelt dat, als gevolg van de economische groei, ook met de maatregelen uit het NMP3 de doelstelling niet zal worden gehaald.
Naast de economische groei noemt de Milieubalans een andere oorzaak waardoor de doelstellingen niet worden gehaald: de uitvoering van het beleid duurt veel langer dan gedacht. Van de beleidsmaatregelen die het kabinet in 1994 had aangekondigd in het NMP2, is slechts de helft werkelijk uitgevoerd.
De kosten van het milieubeleid waren in 1997 f. 20,5 miljard, 2,9% van
het BBP. Voor de komende jaren wordt een groei verwacht tot f. 25
miljard per jaar.