EZ-rijksbegroting 1999 en regeerakkoord Paars II

Berichten uit
1998
In de begroting van het Ministerie van Economische Zaken, die in september als onderdeel van de Miljoenennota verschijnt, worden in de memorie van toelichting de bestaande beleidslijnen nogmaals uiteen gezet. Op het gebied van economie, milieu en energie krijgen met name de instrumenten van het milieubeleid de komende kabinetsperiode veel aandacht. Er zal worden beslist over de vergroening van het belastingstelsel, het is de bedoeling het instrument 'benchmarking' te introduceren in het CO2-beleid en voor het terugdringen van NOx uit stationaire bronnen het instrument kostenverevening in te voeren. De vrije beleidsruimte voor de verplichtingen is in 1999 f. 414 miljard; hierin zijn de doorsluisposten voor COVRA en Energie Beheer Nederland niet meegeteld.

Voor het klimaatbeleid is in eerdere begrotingen f. 1,5 miljard uitgetrokken, waarvan f. 1 miljard voor het CO2-reductieplan en f. 500 miljoen voor Joint Implementation, energiebesparing en nieuwe gasvormige en vloeibare energiedragers. Niet op de begroting van EZ, maar ten laste van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) wordt op de begroting 1999 nog eens f. 300 miljoen gereserveerd voor JI en f. 500 miljoen voor het CDM voor de periode 1998-2002. De uitvoeringsnota Klimaatbeleid zal volgens de EZ-begroting omstreeks februari 1999 verschijnen.

De memorie van toelichting noemt ook enkele beleidsintensiveringen die zijn afgesproken in het regeerakkoord van het tweede Paarse kabinet, maar die nog niet in de ontwerpbegroting voor 1999 zijn verwerkt. Het gaat om het beleid in de Energiebesparingsnota dat nog wordt geïntensiveerd, en om duurzame energie die een extra impuls krijgt. Volgens het Regeerakkoord zullen de energiebelastingen in de komende regeerperiode worden verhoogd, zodat in 2001 de opbrengst 3,4 miljard gulden extra zal bedragen. De glastuinbouw zal niet worden geconfronteerd met een verhoging van de energiebelasting. Uit de verhoging van de energiebelasting zal f. 500 miljoen per jaar worden aangewend voor positieve fiscale prikkels voor energiebesparing. Tot 2010 wordt f. 400 miljoen extra uitgetrokken ter stimulering van duurzame energie, waarvan f. 80 miljoen in de komende vier jaar. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat zal, onder meer in het derde Structuurplan Verkeer en Vervoer, verkeersmaatregelen uitwerken, zoals verandering van de snelheidslimieten, rekeningrijden en mogelijk een accijnsverhoging. In de maanden na de verschijning van het regeerakkoord zal het kabinet werken aan de nadere uitwerkingen van de maatregelen in het NMP3.

In de EZ-rijksbegroting 1999 wordt het Fonds Economische Structuurversterking (FES) op andere wijze gevoed dan voorheen, conform het Regeerakkoord. Het FES, bedoeld voor structurele verbeteringen van de infrastructuur, wordt voor een belangrijk deel gevoed uit de aardgasbaten, dit zijn de opbrengsten uit de verkoop van aardgas die de Staat der Nederlanden verkrijgt. Van de aardgasbaten werden tot dusverre de ontvangsten uit de extra export van aardgas ten opzichte van het Plan van Gasafzet 1990 in het FES gestort. Een van de veranderingen is dat dit verandert in 41,5% van de niet-belastingontvangsten uit de verkoop van aardgas. De raming van de aardgasbaten is verder gedaald. In de voorjaarsnota 1998 werden deze nog begroot op f. 4,8 miljard. In de begroting voor 1999 is de raming gesteld op f. 3,72 miljard..


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998