AER-advies oliecrisisbeleid |
Berichten uit 1998 |
Ter ondersteuning van het advies is door de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) een onderzoek uitgevoerd naar de economische effecten van een oliecrisis voor Nederland, met en zonder specifiek beleid. Op basis van dit onderzoek verwacht de Raad dat de economische gevolgen van een oliecrisis waarschijnlijk beperkt zullen zijn, uitgezonderd enkele specifieke sectoren. Niet te kwantificeren gedragseffecten tijdens een crisissituatie zijn hierbij echter niet beschouwd. Verder acht de Algemene Energieraad, conform IEA-publicaties, de kans op een oliecrisis klein.
Gezien de beperkte kansen en effecten concludeert de Raad dat de IEA-verplichtingen voor Nederland aan de forse kant zijn. De kosten voor het aanhouden van voorraden bedragen thans jaarlijks ongeveer f. 150 miljoen, opgebracht via een heffing op de brandstofprijzen. De omvang van de nationale voorraden zou zo klein mogelijk moeten zijn binnen een soepeler uitleg van de internationale verdragsverplichtingen. Hiermee sluit Nederland beter aan bij het in de praktijk gevoerde beleid in andere landen.
Daarnaast vindt de Raad dat het beleid moet aansluiten bij het nieuwe
uitgangspunt 'markt waar mogelijk, overheid waar nodig'. Dit betekent
dat het bedrijfsleven zelf meer verantwoordelijkheid moet nemen voor
zijn eigen olievoorziening. Het publieke deel van de crisisvoorraad moet
beter afgestemd zijn op de behoeften van prioritaire groepen
verbruikers, zoals politie, brandweer, ambulances, leger en openbaar
vervoer. Verder meent de Raad dat de mogelijkheid van vraagbeperkende
maatregelen weliswaar formeel gehandhaafd moet blijven, maar in de
praktijk niet ingezet zou moeten worden. Er bestaat twijfel over de
uitvoerbaarheid; daarnaast lijkt vraagbeperking het negatieve effect op
de economie weinig te verzachten. Tenslotte vraagt de Raad aandacht voor
vermindering van de olieafhankelijkheid via stimulering van substitutie
en technologieontwikkeling op de wat langere termijn.