AER-advies over Energierapport |
Berichten uit 1998 |
De Raad acht een grondige analyse van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren op energiegebied essentieel, waarbij een belangrijk accent moet liggen op de vergelijking met het buitenland. De veranderde verhouding tussen overheid en bedrijfsleven in een ontwikkeling naar marktgerichtheid is bijvoorbeeld een punt waarop Nederland van buitenlandse ervaringen kan leren. Tevens zou het EU-beleid en de Nederlandse inbreng daarin moeten worden geanalyseerd. De Raad vindt het vanzelfsprekend dat de effectiviteit van het beleid wordt geanalyseerd. Hieruit moeten de wenselijke beleidsaanpassingen en de beperkingen van het beleidsinstrumentarium blijken.
Nieuw beleid moet, als conclusie van de analyse, volgens de AER alleen in agenderende zin worden behandeld in het Energierapport. In andere beleidsstukken zou dit dan nader moeten worden uitgewerkt.
De AER vindt het belangrijk, dat de meest betrokken partijen vroegtijdig bij de analyse en de beleidsontwikkeling worden betrokken Volgens de Raad versterkt dit het draagvlak voor het beleid en bevordert het de uitvoerbaarheid.
Inhoudelijk moet het Energierapport zich volgens de Raad richten op de
essenties van de energievoorziening. De doelstellingen moeten concreet
en helder worden gedefinieerd, worden voorzien van streefcijfers en zo
nodig vaker dan eenmaal per vier jaar worden getoetst. Betrouwbaarheid
en betaalbaarheid moeten volgens de Raad centraal staan, terwijl de
derde doelstelling, schoon, afzonderlijke aandacht behoeft.