AER-advies over Energierapport

Berichten uit
1998
Op verzoek van de Minister van EZ brengt de Algemene Energieraad in oktober een briefadvies uit over de opzet van het vierjaarlijkse Energierapport, dat in het najaar van 1999 voor het eerst moet verschijnen.

De Raad acht een grondige analyse van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren op energiegebied essentieel, waarbij een belangrijk accent moet liggen op de vergelijking met het buitenland. De veranderde verhouding tussen overheid en bedrijfsleven in een ontwikkeling naar marktgerichtheid is bijvoorbeeld een punt waarop Nederland van buitenlandse ervaringen kan leren. Tevens zou het EU-beleid en de Nederlandse inbreng daarin moeten worden geanalyseerd. De Raad vindt het vanzelfsprekend dat de effectiviteit van het beleid wordt geanalyseerd. Hieruit moeten de wenselijke beleidsaanpassingen en de beperkingen van het beleidsinstrumentarium blijken.

Nieuw beleid moet, als conclusie van de analyse, volgens de AER alleen in agenderende zin worden behandeld in het Energierapport. In andere beleidsstukken zou dit dan nader moeten worden uitgewerkt.

De AER vindt het belangrijk, dat de meest betrokken partijen vroegtijdig bij de analyse en de beleidsontwikkeling worden betrokken Volgens de Raad versterkt dit het draagvlak voor het beleid en bevordert het de uitvoerbaarheid.

Inhoudelijk moet het Energierapport zich volgens de Raad richten op de essenties van de energievoorziening. De doelstellingen moeten concreet en helder worden gedefinieerd, worden voorzien van streefcijfers en zo nodig vaker dan eenmaal per vier jaar worden getoetst. Betrouwbaarheid en betaalbaarheid moeten volgens de Raad centraal staan, terwijl de derde doelstelling, schoon, afzonderlijke aandacht behoeft.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998