Vierde Conferentie der Partijen bij het Klimaatverdrag in Buenos Aires |
Berichten uit 1998 |
De spanning wordt veroorzaakt door een groot verschil in standpunten van met name de VS met Japan, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië en Noorwegen aan de ene kant en de ontwikkelingslanden aan de andere kant. Het standpunt van de EU zit meestal ergens tussen beide in.
Ondanks de moeizame onderhandelingen wordt op enkele punten toch
vooruitgang geboekt. Zo komt er komt een werkprogramma om de flexibele
mechanismen (handel in emissies, Joint Implementation en het Clean
Development Mechanism) verder vorm te geven. Besluitvorming hierover zal
plaatsvinden op de zesde Conferentie der Partijen in het jaar 2000. Het
Clean Development Mechanism zal het eerst worden uitgewerkt. Voor de
naleving van de afspraken zal een systeem worden uitgewerkt. Het gaat om
sancties voor die landen die de doelstellingen niet halen, om
rapportageverplichtingen en om regels voor het gebruik van de flexibele
mechanismen. Er wordt een voorzichtige start gemaakt met het in kaart
brengen van het beleid van de verschillende landen, om uiteindelijk te
komen tot afstemming van het beleid. De verplichte rapportages door
ontwikkelingslanden over de mogelijkheden tot emissiereductie worden,
conform de Kyoto-afspraken, gefinancierd door de industrielanden. Geen
vooruitgang wordt geboekt op het punt van de evaluatie van de
rapportages van ontwikkelingslanden. De ontwikkelingslanden vrezen dat
evaluatie zal leiden tot nieuwe discussies over verplichtingen voor
ontwikkelingslanden. Voor maatregelen tegen de gevolgen van
klimaatverandering komt voor de meest kwetsbare ontwikkelingslanden een
beperkt budget beschikbaar. Het proefprogramma voor de zogenoemde
Activities Implemented Jointly, de voorloper van JI en CDM, wordt met
een jaar verlengd en daarna geëvalueerd. Een aantal onderwerpen zal
worden uitgewerkt om een raamovereenkomst voor technologie-overdracht te
kunnen sluiten. Daarmee kan de verplichting tot technologie-overdracht
in het Klimaatverdrag beter worden uitgevoerd. Geen overeenstemming
wordt bereikt over de vraag of de huidige doelstellingen toereikend zijn
en over het vaststellen van maximaal toelaatbare concentraties van
broeikasgassen in de atmosfeer.