Vierde Conferentie der Partijen bij het Klimaatverdrag in Buenos Aires

Berichten uit
1998
In vervolg op de Klimaatconferentie in Kyoto van december 1997 wordt in het Argentijnse Buenos Aires in de eerste helft van november 1998 de vierde Conferentie der Partijen bij het Klimaatverdrag gehouden. De onderhandelingen verlopen moeizaam. Er worden in Buenos Aires niet veel nieuwe afspraken gemaakt. Wel blijven de afspraken van het Kyoto Protocol overeind en worden deze voor een deel nader uitgewerkt.

De spanning wordt veroorzaakt door een groot verschil in standpunten van met name de VS met Japan, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië en Noorwegen aan de ene kant en de ontwikkelingslanden aan de andere kant. Het standpunt van de EU zit meestal ergens tussen beide in.

Ondanks de moeizame onderhandelingen wordt op enkele punten toch vooruitgang geboekt. Zo komt er komt een werkprogramma om de flexibele mechanismen (handel in emissies, Joint Implementation en het Clean Development Mechanism) verder vorm te geven. Besluitvorming hierover zal plaatsvinden op de zesde Conferentie der Partijen in het jaar 2000. Het Clean Development Mechanism zal het eerst worden uitgewerkt. Voor de naleving van de afspraken zal een systeem worden uitgewerkt. Het gaat om sancties voor die landen die de doelstellingen niet halen, om rapportageverplichtingen en om regels voor het gebruik van de flexibele mechanismen. Er wordt een voorzichtige start gemaakt met het in kaart brengen van het beleid van de verschillende landen, om uiteindelijk te komen tot afstemming van het beleid. De verplichte rapportages door ontwikkelingslanden over de mogelijkheden tot emissiereductie worden, conform de Kyoto-afspraken, gefinancierd door de industrielanden. Geen vooruitgang wordt geboekt op het punt van de evaluatie van de rapportages van ontwikkelingslanden. De ontwikkelingslanden vrezen dat evaluatie zal leiden tot nieuwe discussies over verplichtingen voor ontwikkelingslanden. Voor maatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering komt voor de meest kwetsbare ontwikkelingslanden een beperkt budget beschikbaar. Het proefprogramma voor de zogenoemde Activities Implemented Jointly, de voorloper van JI en CDM, wordt met een jaar verlengd en daarna geëvalueerd. Een aantal onderwerpen zal worden uitgewerkt om een raamovereenkomst voor technologie-overdracht te kunnen sluiten. Daarmee kan de verplichting tot technologie-overdracht in het Klimaatverdrag beter worden uitgevoerd. Geen overeenstemming wordt bereikt over de vraag of de huidige doelstellingen toereikend zijn en over het vaststellen van maximaal toelaatbare concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998