Ministerraad akkoord met wetsvoorstel Gaswet

Berichten uit
1998
De Ministerraad gaat begin november akkoord met een wetsvoorstel voor een Gaswet, waarin het transport en de levering van gas worden geregeld. Het doel van deze wet is het bereiken van een vrije markt voor gas, waarin alle afnemers hun eigen leverancier mogen kiezen. De hoofdlijnen van het voorstel stonden al in de discussienotitie Gasstromen uit 1997. Met de Gaswet zal Nederland voldoen aan de EU-richtlijn voor een interne markt voor gas, die sinds augustus van kracht is. De ontwerprichtlijn hiervoor is in december 1997 door de Energieraad vastgesteld en in juni 1998 door het Europees parlement aangenomen. Uiterlijk in augustus 2000 moeten de EU-lidstaten in hun nationale wetgeving de regels voor een vrije gasmarkt hebben opgenomen.

Het Nederlandse wetsvoorstel gaat verder dan de EU-richtlijn wat betreft het tempo en de mate waarin de markt wordt vrijgemaakt. In de EU-richtlijn gelden vanaf het begin in elk geval alle afnemers van meer dan 25 miljoen m3 aardgas en alle gasgestookte elektriciteitscentrales als vrije afnemers. Daarnaast geldt als eis dat de marktopening mimimaal 20% moet zijn van de jaarlijkse binnenlandse gasconsumptie. Na 5 jaar wordt de afnamegrens voor vrije afnemers verlaagd naar 15 miljoen m3 bij een marktopening van tenminste 28%. De richtlijn houdt op bij de eis dat na 10 jaar alle afnemers van meer dan 5 miljoen m3 vrij moeten zijn en de markt voor minstens 33% geopend. In het Nederlandse wetsvoorstel zijn bij ingang van de wet alle afnemers van meer dan 10 miljoen m3 vrij. In 2002 komen daar de afnemers van meer dan 170 duizend m3 bij. Vanaf 1 januari 2007 zijn alle afnemers vrij in de keuze van hun leverancier.

De toegang tot het gasnet wordt in het wetsvoorstel geregeld volgens het systeem van onderhandelde toegang, ook wel 'negotiated third party access' genoemd. Dat wil zeggen dat wanneer er naast de afnemer van gas en de eigenaar van het transportnet een derde partij als gasleverancier gebruik wil maken van het transportnet, deze daarover moet onderhandelen met de eigenaar van het net. In bijzonder gevallen is gemotiveerde weigering van de toegang mogelijk, bijvoorbeeld bij onvoldoende capaciteit van het netwerk. Voor elektriciteit is dit in de elektriciteitswet anders geregeld. Daarvoor bestaan vaste transporttarieven. Het wetsvoorstel voor de Gaswet bevat wel bepalingen om te zorgen dat de transporteur van gas geen onderscheid maakt in de voorwaarden die hij laat gelden voor verschillende aanbieders van gas. De eigenaren van de transportnetten moeten bijvoorbeeld de voorwaarden publiceren evenals indicatieve tarieven voor het gastransport. Wanneer een bedrijf zowel gas transporteert als handelt in gas, mogen de verschillende bedrijfsonderdelen geen gebruik maken van elkaars informatie. Zo'n bedrijf moet zo zijn georganiseerd dat misbruik van informatie niet mogelijk is. Opslag en transport van gas moeten boekhoudkundig gescheiden zijn van handel en netbeheer. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ziet volgens het voorstel toe op de naleving van de regels en treedt op bij geschillen.

Het wetsvoorstel bevat ook regels voor de levering aan afnemers die nog niet vrij zijn om hun leverancier te kiezen. Voor de levering aan deze zogenoemde beschermde afnemers is een vergunning vereist en gelden maximumprijzen. Tevens bevat het voorstel regels ter bevordering van doelmatig en milieuverantwoord gebruik van gas. Vanwege de technische voorschriften in deze regels wordt het wetsvoorstel in december gemeld aan de Wereld Handelsorganisatie.

Het voorstel wordt in november naar de Raad van State gestuurd voor advies. De tekst van het wetsvoorstel wordt openbaar gemaakt, wanneer het voorstel met het advies aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, in de loop van 1999.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1998