OPEC grijpt in wegens dalende olieprijs |
Berichten uit 1998 |
De OPEC-landen besluiten hun productie met 1,2 miljoen vaten per dag te beperken tot circa 27,3 miljoen. Ook wordt aan de niet-OPEC-landen, die meer dan 60% van de olie produceren, een oproep gedaan om hun olieproductie te matigen. Deze maatregelen leiden tot een tijdelijke opleving van de olieprijs tot circa 13 dollar per vat begin juni.
Het effect is echter beperkt, vooral omdat de niet-OPEC-landen niet meewerken aan de productiebeperkingen en de productie in deze landen zelfs nog toeneemt. Ook het afzwakken van het olie-embargo Irak leidt tot meer productie. Even leek de prijs weer aan te trekken toen er luchtaanvallen op Irak dreigden, maar het uiteindelijk niet doorgaan van de luchtaanvallen leidde zelfs tot een nog verdere prijsdaling.
Verder neemt de vraag naar olie niet volgens verwachting toe. In januari
1998 schat de OPEC de vraag naar olie wereldwijd op 75,1 miljoen vaten
per dag voor 1998. In december blijkt de vraag echter uit te komen rond
de 73,6 miljoen vaten. Dit verschil ligt vooral aan de tegenvallende
vraag in Zuidoost-Azië. In plaats dat de vraag, zoals verwacht, fors
groeit, neemt de vraag in dit deel van de wereld juist af. Ook de vraag
in Oost-Europa neemt af. Het verschil is groot genoeg om de
productiebeperking van 1,2 miljoen teniet te doen en de olieprijs verder
te doen dalen. Veel landen hebben hun bunkers met goedkope olie gevuld
en de opslagcapaciteit raakt wereldwijd vol. In het vierde kwartaal is
de olieprijs gemiddeld 11 dollar per vat, met uitschieters tot onder de
10 dollar. De olieprijs is, gecorrigeerd voor inflatie, sinds het begin
van de eerste oliecrisis (begin jaren '70) niet meer zo laag geweest.