Europees draagvlak voor kerosineheffing |
Berichten uit 1998 |
De grote stap naar een groter draagvlak voor een kerosine-accijns in de Europese Unie is de vorming van een groen-rode coalitie in Duitsland na de verkiezingen in september 1998. Deze coalitie heeft afschaffing van de accijnsvrijstelling van kerosine in het regeerakkoord opgenomen. Hiermee zijn in alle grote West-Europese landen regeringen het bewind die positief staan ten opzichte van de heffing. Ook in Nederland wordt deze gedachte breed gedragen. Alle grote Nederlandse politieke partijen, met uitzondering van de VVD, nemen in hun verkiezingsprogramma voor de Tweede-Kamerverkiezingen in mei 1998 de kerosineheffing op.
In oktober komt de mogelijkheid van een heffing op kerosine aan de orde op een vergadering van de organisatie voor burgerluchtvaart (ICAO), waarbij meer dan 180 landen zijn aangesloten. De EU pleit in deze vergadering voor een mondiale kerosineheffing, maar het blijkt dat de rest van de (luchtvaart)wereld hier weinig voor voelt. Dit bemoeilijkt het instellen van een heffing voor verbindingen binnen de Europese Unie, omdat onduidelijk is of ook maatschappijen van buiten de Unie verplicht kunnen worden om voor vluchten binnen de EU deze heffing te betalen. Als dit niet het geval is, zal invoering van een Europese heffing tot oneerlijke concurrentie leiden.
De moeilijkheid van de materie blijkt wel als Noorwegen (een
niet-EU-land) overgaat tot het invoeren van een heffing en de Britse
luchtvaartmaatschappij British Airways aangeeft niet te zullen betalen,
omdat zij daartoe niet verplicht kan worden op grond van internationale
verdragen.