Windturbine van 5 MW voor offshore toepassing

Berichten uit
1998
Nederlandse onderzoekers werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van een offshore 5 MW windturbine die in 2007 kan worden getest, zo wordt op de TU Delft tijdens de inauguratie van een nieuwe hoogleraar Windenergie bekend gemaakt. De grootste operationele windturbine anno 1998 heeft een vermogen van 2 MW. De turbine, die wordt ontwikkeld onder leiding van de Nederlandse turbine-bladenfabrikant Aerpac, krijgt een rotordiameter van minimaal 120 meter. De as komt op een hoogte van 80 tot 100 meter. Als tussenstap naar 5 MW wordt een 3 MW turbine ontwikkeld die rond 2001 gereed moet zijn. Het totale project gaat zo'n 80 miljoen gulden kosten. Tijdens de inaugurele rede wordt ook de mogelijkheid geopperd om windturbines in te zetten als regelbare pieklastcentrale. Dit kan als turbines een variabel toerental hebben. Op één van de Oostzee-eilanden in Duitsland staat zo'n regelbaar park van 9 MW. Met vermogenselektronica wordt het park door de elektriciteitvraag geregeld. De turbines kunnen in 10 seconden schakelen van nullast naar vollast. Een windpark dat op deze manier wordt ingezet, levert uiteraard minder elektriciteit op, maar de elektriciteit is wel meer geld waard.

Aan het eind van het jaar kondigen de TU Delft en ECN aan, hun samenwerking op het gebied van windenergie te intensiveren. De windenergie-programma's van beide organisaties worden met ingang van 1 januari 1999 volledig op elkaar afgestemd. Zwaartepunt in de samenwerking ligt op de ontwikkeling van windturbines voor offshore-toepassingen (3-5 MW), kostprijsverlagende nieuwe turbineconcepten en verbeterde aërodynamische rotormodellen.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1998