Zuinig rijden leidt tot kosten- en energiebesparing voor beroepsvervoer

Berichten uit
1998
Brandstof maakt binnen het beroepsvervoer 10 tot 20% van de kosten uit. Dit percentage kan fors naar beneden. In verschillende projecten van het Novem-programma 'Koop zuinig/Rij zuinig', dat sinds 1992 loopt, is vastgesteld dat binnen het wegtransport brandstof- en dus kostenbesparingen van circa 15% haalbaar zijn (dus circa 2 tot 3% van de totale kosten). Tijdens de BedrijfsautoRAI organiseert Novem, voor ondernemers en wagenparkbeheerders in het wegtransport, een workshop over direct toepasbare mogelijkheden voor kostenbesparing. Het 'nieuwe rijden' is 'anders rijden', volgens Novem: goedkoper, veiliger, bewuster. Het betekent minder onderhoud, minder brandstof en daarmee ook lagere kosten.

Een voorbeeld is het uitrusten van bedrijfswagens met de Ecodrive, een 'intelligente' snelheids- en. Uit een studie van Traffic Test bij Carglass, dat de Ecodrive in al zijn bedrijfswagens laat inbouwen met het oog op verbeteren van het bedrijfsimago en kostenbesparing, blijkt dat gemiddeld 6% brandstof kan worden bespaard. Met deze besparing wordt de investering binnen een jaar terugverdiend. De Ecodrive is toepasbaar voor personen-, bedrijfs- en vrachtauto's en bij alle brandstoffen. Met deze snelheidsbegrenzer zijn de maximale snelheid en het toerental per versnelling instelbaar. Met een groene, een gele en een rode LED laat de Ecodrive zien of de chauffeur de ingestelde waarden al dan niet overschrijdt. In een studie uitgevoerd door het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie (CE), is berekend dat een algehele invoering van snelheidsbegrenzers op lichte trucks en bestelwagens voor het Nederlandse wagenpark een kostenbesparing kan opleveren van f. 200 miljoen per jaar. Door de afname van het brandstofverbruik en de emissie wordt het milieu minder belast. Bovendien voorspelt de studie dat dit zou leiden tot een aanzienlijke afname van de verkeersonveiligheid en het aantal verkeersslachtoffers.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1998