Arbitrage over aardgasleveranties aan Duitsland vanuit Eemsmond |
Berichten uit 1999 |
NAM en EZ blijven ontevreden
Het Groningen-veld strekt zich voor een klein deel uit onder de Eemsmond. Daardoor kan het Duitse Brigitta aanspraak maken op een deel van de reserves onder dit gebied. In 1990 werd duidelijk dat er in de jaren zeventig en tachtig 20 miljard m3 aardgas te veel was geleverd uit de 'Common Area', het deel van de Eemsmond waar zich de uitloper van het Groningen-veld bevindt. Brigitta en de NAM werden het echter niet eens over financiële compensatie.
De NAM maakt de zaak in 1991 aanhangig bij het Internationale Hof van Arbitrage. Op 2 mei 1991 wijst het Hof een vergoeding toe van 855 miljoen DM plus rente. Omdat de partijen het niet eens worden over het resterende bedrag als vergoeding voor de rente, doet het Hof in juli 1996 een tussenuitspraak dat de NAM recht heeft op een compensatie van 3,7 miljard gulden. Daarvan zou 2,5 miljard gulden naar de Nederlandse Staat gaan. In een definitieve uitspraak in juli wijst het Hof 5 miljard gulden toe aan de NAM. Het staatsaandeel in dit bedrag wordt tenminste 3,5 miljard gulden, mogelijk zelfs 4,3 miljard gulden. De extra opbrengst van een miljard gulden (ten opzichte van het tussenvonnis) wordt gebruikt om de staatsschuld te verlagen. De NAM en EZ zijn niet tevreden en starten een nieuwe procedure.