Voorlopig geen gasboringen in de Waddenzee

Berichten uit
1999
Het Kabinet maakt op 7 december bekend dat er op dit moment nog geen boringen mogen worden uitgevoerd naar aardgas in de Waddenzee. Het Kabinet is van oordeel dat niet alle onzekerheden en twijfel over mogelijke blijvende aantasting van de Waddenzee in voldoende mate zijn weggenomen. De komende jaren zullen worden benut om voortschrijdend inzicht te krijgen in de vraag of de resterende onzekerheden over de mogelijkheid tot het vervullen van sluitende voorwaarden kunnen worden weggenomen. Aldus een brief aan de Tweede Kamer van de verantwoordelijke Ministers van EZ (Jorritsma) en VROM (Pronk).

Vijftien jaar Waddengas
De discussie over aardgasboringen in de Waddenzee duurt al tientallen jaren. In het begin van de jaren tachtig werden vergunningen verleend aan Elf Petroland voor het Zuidwalveld en aan de NAM voor Ameland-Oost. In de periode 1984-1994 was een vrijwillig moratorium op nieuwe gasboringen in de Waddenzee van kracht. In 1993 verschijnt het rapport 'Mijnbouwactiviteiten in de Waddenzee'. Op grond van dit rapport maken de NAM en de regering nieuwe afspraken:

  • In de NAM-concessies Groningen en Noord-Friesland mag in de Waddenzee op zes plaatsen een (tijdelijke) exploratieboring worden uitgevoerd.
  • Als er aardgas wordt gevonden, moet de winning buiten de Waddenzee plaatsvinden; dit is mogelijk door gedevieerd (schuin) of horizontaal boren. Er mogen geen permanente installaties in de Waddenzee worden opgesteld.
  • De boringen moeten voldoen aan de strengste eisen en zijn beschreven in een Milieu-Effect-Rapport.
  • Er worden onafhankelijke studies gedaan naar de effecten van bodemdaling.

Op grond van de in 1994 met de regering gemaakte afspraken publiceren begin 1999 onafhankelijke wetenschappers de onderzoeksresultaten naar alle effecten van de maximale bodemdaling in het gehele gebied. De conclusie is dat met name door de natuurlijke dynamiek de geringe effecten niet zullen leiden tot schade. Niettemin is een meerderheid van de Tweede Kamer een andere mening toegedaan. Dit is dan ook de reden voor het (voorlopig) afwijzende standpunt van de regering.



Terug naar thema Gas- en oliewinning 1999