Gas terug voor de aardgasbaten

Berichten uit
1999
Op 29 september brengt de Algemene Rekenkamer het onderzoeksrapport 'Aardgasbaten' uit. Hierin beschrijft de rekenkamer de gevolgen van het aardgasbeleid. Door de liberalisering van de gasmarkt kunnen buitenlandse gasproducenten, naast de Gasunie, direct aan grootverbruikers en later ook aan distributiebedrijven gaan leveren. Het gevolg hiervan is volgens de Algemene Rekenkamer dat de Gasunie ongeveer 20% van haar marktaandeel verliest en dat de gasprijzen zullen dalen. De staat ontvangt jaarlijks circa 9 miljard gulden aan inkomsten uit het aardgas. Deze aardgasbaten, die vooral afkomstig zijn van de binnenlandse gasproductie, nemen mogelijk door de liberalisering structureel af met honderden miljoenen guldens per jaar. Naar het oordeel van de rekenkamer voldeed het aardgasbatenbeleid tot nu toe. De rekenkamer adviseert de Minister van Economische zaken het huidige aardgasbatenstelsel te heroverwegen. Deze acht het echter niet wenselijk en mogelijk om het bestaande systeem van afdrachten en heffingen te wijzigingen.

Aardgasbaten
In het huidige systeem (ontstaan in de Nederlandse  gesloten gasmarkt) haalt de Staat zijn inkomsten bij de producenten van aardgas. De producenten zijn oliemaatschappijen zoals Shell en Esso, steeds in combinatie met Energiebeheer Nederland (EBN), een 100% staatsdeelneming. De baten voor de Staat zijn samengesteld uit:

  • Een winstuitkering van EBN
  • Een winstheffing bij de producenten
  • De zogenoemde meeropbrengst-regeling (MOR) voor het Gronings gas. de MOR is in de jaren 70 van kracht geworden toen de olieprijzen enorm stegen. De meeropbrengst dir daarcan het gevolg was vloeit voor 67 tot 95% naar de Staat.

De Gasunie zorgt voor de inkoop van het in Nederland geproduceerde gas en levering en verkoop aan grootverbruikers, distributiebedrijven en het buitenland. Ze mag 80 miljoen gulden winst per jaar maken, de rest van de opbrengst van het aardgas wordt doorgesluisd naar de (Nederlandse) producenten. Vervolgens vindt er een heffing door de Staat plaats. In het nawoord bij het rapport vraagt de rekenkamer onder meer aandacht van de Tweede Kamer voor het tempo en de omvang van de liberalisering in relatie tot de batenderving van de Staat. In het ontwerp gaswet, die nu in behandeling is bij de Tweede Kamer is gekozen voor een volledige vrijmaking van de gasmarkt in 2007 terwijl de richtlijn ruimte laat om de vrijmaking voor dat jaar te beperken tot 33% van de markt.



Terug naar thema Elektriciteits- en gasmarkt 1999