Mijlpaal in de liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt
|
Berichten uit 1999
|
19 februari 1999 is een belangrijke datum in het proces van liberalisering
van de Europese elektriciteitsmarkt. Op deze datum moeten alle 15 EU-landen de
Europese richtlijn in hun nationale wetgeving hebben geïmplementeerd en moet de
markt voor minstens 26% vrij zijn. De Europese richtlijn geeft de eisen waaraan
de EU-landen minimaal moeten voldoen voor het openen van hun
elektriciteitsmarkt.
Fasering (minimum) vrijmaking elektriciteitsmarkt volgens de Europese
richtlijn
Datum Vrije klanten - Drempel jaarlijks elektriciteitsverbruik Deel van
nationale markt
| Februari 1999 |
40 GWh |
26% |
| Februari 2000 |
20 GWh |
28% |
| Februari 2003 |
9 GWh |
33% |
Nederland heeft de Europese richtlijn in 1998 al geïmplementeerd met het van
kracht worden van de nieuwe Elektriciteitswet. Ook de meeste andere lidstaten
hebben relevante wetgeving aangenomen (behalve Frankrijk en Luxemburg, zie ook
november). België en Ierland hebben van de Europese Commissie een jaar uitstel
gekregen en Griekenland twee jaar.
Februari 1999 is ook de startdatum voor vrije mededinging in het bouwen van
nieuwe productiecapaciteit binnen de EU. Dit betekent dat elke
elektriciteitsproducent vanaf dat moment in elk EU-land een nieuwe
elektriciteitscentrale mag bouwen en bedienen. De meeste landen stellen een
vergunningsprocedure in voor het toelaten van nieuwe producenten en capaciteit.
De landen in de Europese Unie voldoen op de volgende manier aan de
richtlijn:
- Minimaal 33% van de afnemers zal in 2003 in de gelegenheid moeten zijn om
zijn eigen aanbieder te kiezen. De meeste landen hebben gekozen voor
liberaliseringstempo dat hoger ligt dan dit minimum en gaan bovendien verder
dan de minimumeisen. Zo zijn in Groot-Brittannië, Duitsland, Finland en
Zweden alle afnemers in 1999 al vrij. Ook in Nederland, België, Denemarken
en Spanje zullen binnen een paar jaar alle afnemers vrij zijn. De resterende
landen openen hun markten op een manier die correspondeert met de
minimumeisen of iets verder gaat.
- Voor wat betreft de toegang tot het net voor derden ('Third Party Access'
ofwel TPA) kiezen bijna alle lidstaten, inclusief Nederland, voor het
systeem van gereguleerde toegang (rTPA), waarbij een toezichthouder
voorwaarden en tarieven vaststelt. Uitzonderingen zijn Duitsland en
Griekenland, die voor onderhandelde toegang kiezen (nTPA). Hierbij is het
aan de marktpartijen om onderling voorwaarden en tarieven overeen te komen.
- De mate van 'unbundling' - de scheiding van enerzijds productie en handel
en anderzijds transmissie en distributie - is de derde belangrijke factor in
de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Deze scheiding is nodig om te
waarborgen dat de eigenaar van het transmissienetwerk alle marktpartijen
gelijke toegang tot het transmissienet verschaft. De meeste lidstaten kiezen
voor 'juridische unbundling' waarbij een producent of handelaar wel eigenaar
mag zijn van een netwerk, maar het netwerk moet zijn ondergebracht in een
aparte onderneming. In Nederland is dit TenneT voor het transmissienet.
Daarnaast zijn er 21 lokale netwerkbedrijven opgericht voor het beheer van
de distributienetten. In Duitsland, Frankrijk, delen van Groot-Brittannië,
Denemarken en Oostenrijk zullen de netbeheerders onderdeel blijven van
elektriciteitsbedrijven.
In mei wordt het 'tweede rapport van de Europese commissie aan de Europese
Raad en het Parlement betreffende liberalisering van de EU energiemarkten'
aangenomen. Dit rapport evalueert de voortgang van de liberalisering van de
elektriciteits- en gasmarkten in de lidstaten. De toon is positief. Over de
elektriciteitsmarkt wordt gesteld dat de toegenomen concurrentie al geresulteerd
heeft in een duidelijke prijsdaling. Het toezien op een correcte implementatie
van de gasrichtlijn en het juiste toepassen van de elektriciteitsrichtlijn wordt
gezien als 'topprioriteit' voor de Europese Unie en de lidstaten. Daarnaast
wordt het belang van duurzame energie nog eens onderstreept. Tenslotte wordt
gewezen op de noodzaak van een soepele overgang naar een grotere markt voor
elektriciteit en aardgas bij het toetreden van nieuwe lidstaten.
Opening van markten na implementatie van richtlijn
Situatie in 2007
Terug naar thema
Overheid en energiebeleid 1999