Nieuwe gaswet aangeboden aan Tweede Kamer |
Berichten uit 1999 |
Liberaliseringstempo van de gasmarkt
| m3 | aantal afnemers | Vrij vanaf |
| meer dan 10 miljoen | 150 | 1-1-2000 |
| meer dan 170.000 | 16.000 (waarvan 11.000 tuinders) | 1-1-2002 |
| alle afnemers | 645.8000 | 1-1-2007 |
Een ander belangrijk punt van de wet vormt de onderhandelde nettoegang van derden. De huidige eigenaren van gasnetwerken, de distributiebedrijven en de Gasunie, zullen andere partijen toegang moeten geven tot hun gasnetwerk. Voor deze toegang moet een prijs worden bedongen, vandaar de term 'onderhandelde nettoegang' (nPTA). Dit is een belangrijk verschil met de elektriciteitsmarkt, waar voor de toegang tot het elektriciteitsnet vastgestelde tarieven worden betaald (rPTA). De overheid gaat ervan uit dat de concurrentie voor de consument prijsvoordeel en een betere dienstverlening oplevert.
Gaswet
Een belangrijk verschil met de nota Gasstromen (december 1997) is dat in het wetsvoorstel gasbedrijven in de toekomst niet uitgesloten zijn van de plicht tot een bijdrage aan een duurzame energievoorziening. In tegenstelling tot haar eerdere overtuiging is minister Jorritsma van mening dat ook gasconsumenten kunnen bijdragen aan een duurzame energievoorziening. Het 'groene stroom'-systeem wordt uitgebreid met een gasvariant. De certificaten voor duurzaam geproduceerd gas zullen uitwisselbaar zijn met de elektriciteitscertificaten. Tezamen vormen zij de basis voor een toekomstig systeem voor alle andere vormen van groene energie.
Voor het overige is er weinig nieuws onder de zon. De overheid houdt vast aan het in Gasstromen geïntroduceerde marktmodel voor de gasmarkt. Dit model van onderhandelde toegang verschilt sterk met het model van de elektriciteitsmarkt. De gehele opzet van de markt is 'losser' dan die van de elektriciteitsmarkt. De lichte regulering komt onder meer tot uiting in de afwezigheid van een toezichthouder. De tarieven en voorwaarden zullen a priori via marktwerking tot stand moeten komen. De Nationale Mededingingsautoriteit zal dus toezicht houden op de nettoegang en zal optreden bij geschillen daarover.
Tijdens de overgangsperiode, waarin de prijsvorming tussen producenten en leveranciers (gas-to-gas competition) tot stand komt, zal de overheid voor de gebonden klanten de maximale prijzen vaststellen. Om de gebonden klanten verder te beschermen krijgen distributiebedrijven een tijdelijke doch wettelijke leveringsplicht aan hun gebonden klanten. Na 2007 wordt deze plicht opgeheven en speelt de overheid geen enkele rol meer in de prijsvorming.
Voor het lokale energiebeleid is het van belang dat in dit wetsvoorstel wordt getornd aan de vrijheid van netaanleg. Het voorstel voorziet in de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur speciale regels op te stellen bij de aanleg van gasnetten in Vinex-locaties. Voor die gebieden zullen openbare inschrijvingen mogelijk zijn, waarbij gas-, elektriciteit- en warmtenetten met elkaar concurreren.
Reacties van marktpartijen kenmerken zich door geluiden dat de concurrentie niet van de grond komt. Energiebedrijven blijven tot 2007 gebonden aan de langjarige contracten met Gasunie. Forse prijsdalingen worden hierdoor niet voorzien.