Tweede Kamer neemt Elektriciteitswet aan
|
Berichten uit 1999
|
Op 1 april wordt de elektriciteitswet door de Tweede Kamer aangenomen. Hierin
is de mogelijkheid opgenomen om percentages vast te leggen voor de verplichte
afname van duurzame elektriciteit. Afnemers moeten dat percentage halen via het
aankopen van certificaten, die worden uitgegeven door producenten van duurzame
energie. Minister Jorritsma wil het certificatensysteem en de verplichting nu
nog niet activeren, maar wil wachten tot publicatie van het eerste
Energierapport, komend najaar. De Tweede Kamer drong middels moties om direct
tot verplichtingen over te gaan, maar minister Jorritsma krijgt een halfjaar de
tijd om met betere opties dan de verplichting te komen.
Liberalisering elektriciteitsmarkt in drie fasen
| Afnemers |
Aansluiting |
Vrij per |
| Grootverbruikers |
Vermogen per aansluiting groter dan 2 MW |
Al vrijgegeven |
| Middelgrote verbruikers |
Vermogen per aansluiting minder dan 2 MW en doorlaatwaarde
van 3 x 80 Amp |
1-1-2002 |
| Kleinverbruikers |
Overige |
1-1-2007 |
Vanwege de vrije markt die ontstaat zijn in de wet garanties opgenomen voor
onder andere de eerlijke toegang tot het net, waarop een aparte dienst toezicht
gaat houden, de tarieven voor de nog beschermde afnemers, de ontwikkeling van
duurzame energiebronnen en de evenredigheid van de regels voor energiehandelaars
uit verschillende landen (het reciprociteitsbeginsel). De Kamer heeft deze
garanties aangescherpt en vroeg om extra ruimte voor de ontwikkeling van
warmtekracht. Jorritsma zegde toe een studie uit te voeren naar de rentabiliteit
van warmtekracht in een geliberaliseerde markt.
Doelstellingen Campaign for Take-off
In de campagne zijn de doelstellingen voor 2010 vertaald naar de volgende
concrete doelen, te bereiken in 2003.
- 1 miljoen kWp aan PV-systemen, waarvan 650 MWp
geplaatst zou moeten worden in de lidstaten van de EU. De resterende 350 MWp
zou geplaatst moeten worden in delen van ontwikkelingslanden waar de
bevolking nog niet is aangesloten op het elektriciteitsnet.
- 15 miljoen m2 zonnecollectoren, niet alleen voor warm water
productie in huishoudens, maar ook in collectieve systemen, bijvoorbeeld
voor stadsverwarming.
- 10.000 MW windturbines, met name te steunen waar de locatie extra kosten
met zich meebrengt, zoals moeilijk te bereiken gebieden en offshore
windparken.
- 10.000 MWth warmtekrachtinstallaties gebaseerd op biomassa.
- 1 miljoen woningen verwarmd met biomassa. Het gaat hier om warmte met een
lage temperatuur, voornamelijk afkomstig van efficiënte houtkachels en
stadsverwarming.
- 1000 MW biogasinstallaties om onder meer stortgas te benutten voor
elektriciteitsopwekking.
- 5 miljoen ton vloeibare biobrandstoffen voor transporttoepassingen.
- De inrichting van 100 gemeenschappen - dorpen, woonwijken, eilanden - die
volledig op een duurzame manier in hun energiebehoefte voorzien.
Naar schatting zal realisatie van de doelstellingen een investering vragen
van zo'n 30 miljard Euro, waarvan driekwart uit particuliere bronnen moet
komen. Gepoogd wordt om investeerders bij de campagne te betrekken onder de
vlag van 'renewable energy partnerships' waarin marktpartijen projecten kunnen
ontwikkelen.
Terug naar thema
Overheid en energiebeleid 1999