Financieren van 'bakstenen' in de elektriciteitssector

Berichten uit
1999
Via een Nota van Wijziging op de nieuwe Elektriciteitswet laat Minister Jorritsma van Economische Zaken deze maand aan de Tweede Kamer weten hoe de financiering van de zogenoemde 'bakstenen' in de elektriciteitsproductie zal plaatsvinden. Dit zijn de niet-rendabele investeringen die de elektriciteitssector in het verleden heeft gedaan en die hij niet in een liberale markt kan terugverdienen. De nota verschijnt omdat begin februari bleek dat de producenten onderling niet tot een oplossing konden komen over deze niet-marktconforme kosten die ontstaan zijn door bijvoorbeeld het realiseren van stadsverwarming en de kolenvergassingsinstallatie in Buggenum. De Minister stelt een commissie in, onder leiding van de heer Herkströter, die de problematiek zal onderzoeken. Deze 'commissie van wijze mannen' zal eind 1999 advies uitbrengen.

Kosten van 'bakstenen' ter discussie
Door het mislukken van de poging om tot een Grootschalig Productiebedrijf (GPB) te komen, worden een aantal van deze bakstenen die op naam van de Sep staan, verdeeld over de vier afzonderlijke bedrijven.
De hoogte van deze niet-rendabele investeringen is een belangrijk punt. In eerste instantie werden alleen de investeringen in stadsverwarming meegerekend, later volgden ook de investering in de kolenvergassingsinstallatie Demkolec, de aanleg van een stroomkabel naar Noorwegen en verschillende importcontracten. De geschatte waarde van deze investeringen kan oplopen tot circa 6 miljard gulden, afhankelijk van de uiteindelijke marktprijs voor elektriciteit. Deze kosten zouden op alle afnemers verhaald moeten worden door middel van een jarenlange opslag op het transporttarief.
De Tweede Kamer twijfelt of de overheid wel 2 tot 8 miljard moet uittrekken voor het saneren van de bakstenen. Dit naar aanleiding van de overname van de UNA door het Amerikaanse bedrijf Reliant, waarmee een bedrag van 4,5 miljard gulden gemoeid is. Minister Jorritsma stelt dat als blijkt dat de draagkracht van de bedrijven ten gunste is veranderd, de eerder afgesproken bedragen kunnen veranderen. De Tweede Kamer wacht het advies van de commissie van wijze mannen af.
Ook vraagt de Kamer een extra garantie van de minister om te voorkomen dat productiebedrijven zich bij eventuele privatisering onttrekken aan de nog te maken afspraken over de bakstenen. Voor distributiebedrijven vraagt de Kamer aan de minister nog voor de zomer criteria voor privatisering op te stellen.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1999