Convenant Benchmarking: energiebesparing in industrie |
Berichten uit 1999 |
Het convenant is de opvolger van de meerjarenafspraken (MJA's), die eind 2000 aflopen. Er geldt nu een resultaatsverplichting per individueel bedrijf in plaats van de inspanningsverplichting per branche uit de MJA's. In bijna alle gevallen is de provincie het bevoegd gezag en daarmee belangrijk voor de uitvoering van het convenant. De provincies zullen het energie-efficiencyplan van de ondernemingen beoordelen en formaliseren in de milieuvergunning.
De werkgeversorganisatie VNO-NCW is positief over het convenant. Het wisselgeld voor deze verplichting komt in de vorm van een vrijstelling van een specifieke energieheffing. Stichting Natuur en Milieu is kritisch. Omdat er twijfels bestaan of de Kyoto-doelstelling van Nederland gehaald wordt, vindt de stichting het dichttimmeren van de overeenkomst tot 2012 een slechte zaak. De mogelijkheid tot tussentijdse aanscherping van maatregelen wordt hiermee de das om gedaan.
Volgens een rapport van de Universiteit Utrecht en Ecofys levert benchmarking
in de nationale CO2-balans van 2012 een winst op van 5 tot 9 miljoen ton CO2 ten
opzichte van de autonome ontwikkeling. De grootste winst komt op het conto van
de kolencentrales, de petrochemie en de raffinage, vooral vanwege de omvang van
deze sectoren. De staalindustrie kent nauwelijks een reductiewinst: deze sector
is al heel efficiënt.
Meer informatie
Duurzame energie en energiebesparing