Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I

Berichten uit
1999
Op 8 juni biedt de minister van VROM het eerste deel van de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid aan de Tweede Kamer aan. De Nota richt zich op het beleid, nodig om het binnenlandse aandeel te realiseren in de reductieverplichting voor broeikasgassen van 6% in de eerste budgetperiode (2008-2012) van het Kyoto-protocol en de daaruit voortvloeiende afspraken binnen de Europese Unie.

De maatregelen moeten zorgen voor een reductie van 25 Mton, de helft van de in totaal 50 Mton die gereduceerd moet worden. De andere 25 Mton reductie moet in het buitenland bereikt worden. Het tweede deel van de Nota, dat in 2000 zal verschijnen, zal hier aangewijd zijn.

De maatregelen zijn gekozen op basis van kosteneffectiviteit en een evenredige verdeling over de gassen en de doelgroepen. Veel aandacht gaat uit naar CO2 omdat de andere gassen relatief moeilijk te reduceren zijn. De maatregelen zijn verdeeld in drie pakketten. Het basispakket bevat maatregelen die direct worden genomen en die een redelijke mate van zekerheid en doeltreffendheid hebben. Het reservepakket wordt aangesproken op het moment dat het duidelijk wordt dat het basispakket niet voldoende is. Een derde pakket bevat initiatieven die tot innovaties moeten leiden en die de basis moeten vormen voor het beleid na de eerste budgetperiode (2008-2012).

Met betrekking tot duurzame energie introduceert de Nota een nieuw doel van 5% duurzame energie in 2010.

Reacties op de Uitvoeringsnota
Een belangrijk heet hangijzer in de Nota zijn de maatregelen bij kolengestookte centrales. De overheid is van mening het CO2-niveau per kWh moet worden teruggebracht tot het niveau van aardgasstoken. Het aandeel van deze kolengestookte centrales is sinds de jaren zeventig juist gestegen van 10% naar 40%, met brandstofdiversificatie als achterliggend motief.
De reactie vanuit de stroomproducenten is echter zeer afwijzend en enkele protestacties, bijvoorbeeld van EPZ, volgen snel. Stroomproducenten zijn van mening dat ombouw naar gasgestookte centrales veel te duur is. Hierdoor zullen zij hun prijzen moeten verhogen en dat zorgt voor een teruglopend marktaandeel. In het kader van de CO2-reductie is het volgens hen een betere optie om Borssele langer dan 2003 open te houden. Bovendien waarschuwen zij dat in een geliberaliseerde markt er een import van met bruinkool opgewekte Duitse elektriciteit op gang zal komen. Hierdoor zal de uitstoot van broeikasgassen door Nederlandse energieconsumptie juist toenemen.
Ook de industriële grootverbruikers zijn bezorgd over de kabinetsplannen uit de nota. Zij vinden dat de inspanningen die in het kader van de meerjarenafspraken zijn gedaan al veel kosten met zich mee hebben gebracht. VNO-NCW waarschuwt dat de effecten van milieumaatregelen de internationale concurrentiepositie van het Nederlands bedrijfsleven steeds meer raken.
Het Kabinet en de Tweede Kamer behandelen de Uitvoeringsnota in november.



Meer informatie
Elektriciteits- en gasmarkt
Uitvoeringsnota klimaatbeleid deel II

Dossiers
Uitvoeringsnota Klimaatbeleid - 2000 (106 kB)

Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1999