Actieprogramma Energiebesparing 1999-2002

Berichten uit
1999
Op 15 juni wordt het Actieprogramma Energiebesparing 1999-2002 aan de Tweede Kamer aangeboden. In dit actieprogramma beschrijft het kabinet welke bijdrage aan energiebesparing het in de periode 1999-2002 verwacht van de verschillende maatschappelijke sectoren en doelgroepen. Het actieprogramma bouwt voort op de Energiebesparingsnota uit 1998. De instrumenten die het hiervoor inzet worden uitgewerkt. Het bevat geen nieuwe beleidsvoornemens in vergelijking met het Belastingplan 1999 en de Energiebesparingsnota. De komende jaren zal voor het actieprogramma een bedrag in worden gezet dat oploopt van zo'n 690 miljoen gulden in 1999 tot circa 910 miljoen gulden in 2001.

Het actieprogramma onderscheidt acht verschillende groepen eindgebruikers; deze groepen vormen de kern van het programma. De overheid zet voor deze eindgebruikers generieke instrumenten in, met name op het vlak van financiële stimulering van investeringen in energiebesparing. Daarnaast wordt per groep een beperkt aantal kerninstrumenten ingezet, zoals convenanten, heffingen, advisering en regelgeving. Aan intermediairs zoals gemeenten, energieleveranciers en maatschappelijke organisaties, wordt een cruciale rol toegedicht bij het bereiken en stimuleren van de eindgebruikersgroepen.

Het verbeteren van de energie-efficiency is in het actieprogramma langs drie wegen uitgewerkt: een doelgerichte benadering van eindgebruikers, een heldere verdeling van verantwoordelijkheden binnen de Rijksoverheid en een belangrijke rol van intermediaire organisaties. Het gaat om de volgende groepen eindgebruikers en instrumenten.

Eindgebruikers en instrumenten van het energiebesparingsbeleid

Doelgroep  Instrumentarium
Energie-intensieve industrie  Convenant Benchmarking
Middelgrote industrie (vooral maak-, voedings- en genotmiddelenindustrie) Meerjarenafspraken
Zakelijke dienstverlening
(heterogene groep)
Financiële stimulering
Meerjarenafspraken
Energie Prestatie Norm (EPN) voor nieuwbouw
Energie Prestatie Advies (EPA) voor bestaande bouw
Midden- en kleinbedrijf
(bedrijven met minder dan 100 werknemers)
Financiële stimulering
Regulerende Energiebelasting (REB)
EPN
EPA
Wet milieubeheer
Branche Energie Afspraken
Agrarische sector (80% van het energieverbruik is glastuinbouw)  Meerjarenafspraken
Convenanten
Financiële instrumenten
Non-profit sector
(ook onderwijs)
Voorfinanciering
REB
Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profitsector
Meerjarenafspraken
EPN
EPA
Overheid  REB
Financiële stimulering
EPN
EPA
Huishoudens  REB
EPN
EPA
Energiepremies

Een belangrijk aspect van het actieprogramma is het monitoren van het energiebesparingsbeleid. Het kabinet wil de vinger aan de pols houden door op nationaal-, eindgebruiker- en maatregelniveau te monitoren. Harmonisatie van monitorsystemen is noodzakelijk. Het Ministerie van EZ streeft naar publicatie van een monitorprotocol in het Energierapport. In 2002 zal worden bekeken of de koers moet worden bijgesteld.

Meer informatie
Duurzame energie en energiebesparing


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1999