Duurzame energie in uitvoering - Voortgangsrapportage 1999

Berichten uit
1999
Op 23 juli heeft de minister van Economische Zaken, mevrouw Jorritsma, de voortgangsrapportage 'Duurzame energie in uitvoering' aan de Tweede Kamer aangeboden. In deze voortgangsrapportage wordt verslag gedaan van de acties zoals deze zijn aangekondigd in het Actieprogramma 'Duurzame energie in opmars' (DEIO) dat in maart 1997 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Ook wordt er invulling gegeven aan de intensivering van het beleid ter stimulering van duurzame energie, waarvoor voor de periode 1999-2002 tachtig miljoen extra is uitgetrokken. De voortgangsrapportage concentreert zich op de acties die volgens het Actie-programma in de periode tot en met 2000 moeten worden ondernomen.

Actiepunten 1999/2000
In de voortgangsrapportage wordt onderstreept dat het in DEIO uiteengezette beleid langs drie lijnen -verbetering van de prijsprestatieverhouding - stimulering van de marktpenetratie en aanpak van bestuurlijke knelpunten - niets aan actualiteit heeft verloren. Het blijkt dat er aanvullende beleidsintensiveringen nodig zijn, namelijk een toename van het budget voor duurzame energie, een verhoging van de Regulerende Energie Belasting (REB) en -speciale voorschriften voor Duurzame Energie in de nieuwe Gaswet.
De toename van het budget bedraagt 108 miljoen voor de periode 1999-2002 en 320 miljoen voor de periode 2003-2010. Deze bedragen zijn al in het regeerakkoord opgenomen en dus niet nieuw. De extra gelden zullen worden ingezet voor de verdere stimulering van zon-PV, energie uit biomassa en warmtepompen.

  • De rapportage komt met een aantal actiepunten, dat voortkomt uit een evaluatie van de actiepunten in 'Duurzame Energie in Opmars'.
  • In 1999 moet het Kabinet besluiten over een verdere verhoging van de REB en de bepalingen voor duurzame energie daarbij.
  • In 1999 moet EZ overeenstemming bereiken met de energiesector met betrekking tot het aandeel duurzame energie in de energievoorziening voor de periode na 2000.
  • In 1999/2000 moet er een uitwerking komen van het duurzame energie-certificaten-systeem.
  • In 1999/2000 moet een Landelijk Afvalbeheersplan worden opgesteld, waarin bevorderd wordt dat brandbare stoffen zoveel mogelijk in installaties verwerkt worden die zijn geoptimaliseerd naar energie-opbrengst.
  • In 1999 moet er een wijziging komen van de Wet Milieubeheer opdat PV-installaties niet langer vergunningsplichtig zijn.
  • In 1999/2000 moet er overeenstemming tussen betrokken partijen zijn over visgeleidingssystemen bij waterkrachtcentrales.
  • In 1999 moet EZ overeenstemming bereiken met betrokken partijen in de woningbouw over een convenant inzake warmtepompen.
  • In 1999 moet er door EZ een start worden gemaakt met een programma voor de marktintroductie van warmtepompen.
  • In 1999/2000 moet in opdracht van EZ het programma Marktrealisatie van Energie-opslag in Aquifers worden uitgevoerd.
  • In 1999/2000 moet er een onderzoek plaatsvinden naar de mogelijkheden om initiatieven voor aardwarmteprojecten te ondersteunen.


Meer informatie
Duurzame energie en energiebesparing

Terug naar thema Overheid en energiebeleid 1999