Energierapport 1999 |
Berichten uit 1999 |
In het Energierapport stelt het ministerie dat het gaat onderzoeken of de markt voor elektriciteit niet in 2003 - en niet in 2007 zoals eerder gepland - in zijn geheel vrij kan komen. De groep van 55.000 kleinere bedrijven die gezamenlijk goed zijn voor eenderde van de stroommarkt is al in 2002 vrij. Met deze aangekondigde versnelde liberalisering komt de Minister tegemoet aan de wensen van de elektriciteitssector, bedrijven en de Consumentenbond, om de markt eerder te openen.
De markt voor duurzame energie zou zelfs al sneller kunnen worden geopend, namelijk reeds in 2001. Om dit te ondersteunen zou dan een systeem van groene certificaten op dezelfde datum operationeel moeten zijn. Volgens het rapport is er voldoende vraag naar duurzame energie en zit het probleem meer aan de aanbodzijde.
Windenergie en warmtekrachtkoppeling
Het rapport noemt de langzame penetratie van windenergie als een goed voorbeeld van deze problemen. Dit wordt voor een belangrijk deel geweten aan de afwerende houding van gemeenten bij het verlenen van vergunningen. De Minister denkt erover om een windenergie-verplichting voor gemeenten in te stellen. Ook juridische belemmeringen voor de aanleg van grote windmolenparken in zee moeten in 2002 zijn verdwenen. Het doel is dat in 2010 5% van de stroom duurzaam is, in 2020 moet dat zijn gegroeid naar 10%.
Onderzoek heeft uitgewezen dat warmtekrachtkoppeling door lage energieprijzen en de introductie van een nieuw tarievensysteem bij de gasvoorziening sterk onder druk is komen te staan. Warmtekracht is hierom in de komende jaren de nodige steun toegezegd.