OPEC realiseert hogere olieprijs |
Berichten uit 1999 |
Ontwikkeling van de olieprijs
De prijs van Brent ruwe olie (Noordzee olie) is in 1998 gemiddeld 13 dollar
per vat tegen 19 dollar per vat in 1997 en daalt steeds verder. De daling
begon in het vierde kwartaal van 1997, toen op de oliemarkt overaanbod
ontstond. De redenen hiervoor waren een verhoogde OPEC-productie (toename met
2,5 miljoen vaten per dag in november 1997), een daling van de vraag in het
Aziatisch-Pacifisch gebied en een zachte winter op het noordelijk halfrond. De
productiebeperking in juni 1998 door de OPEC (2,6 miljoen vaten minder) en
sommige niet-OPEC landen (0,5 miljoen vaten) zorgde weliswaar voor enige
steun, maar kon niet voorkomen dat de olieprijs eind 1998 zelfs beneden de 10
dollar per vat daalde. Zover zelfs dat de bodem in de markt bereikt werd. Op
dat prijsniveau is het economisch gezien bij een aantal velden niet meer
interessant om ze nog te exploiteren. Het aanbod neemt dus af, waardoor de
prijs zich stabiliseert. De lage olieprijs heeft grote economische gevolgen
voor de olie-exporterende landen. Ook energiebesparing en in mindere mate de
toename van duurzame energie komen er door onder druk te staan.
Na aanvankelijke verdeeldheid komt de OPEC in maart tot een akkoord over
lagere olieproductie. In totaal gaat de productie per 1 april met 2,1 miljoen
vaten per dag naar beneden. Tien OPEC-leden zorgen voor een beperking van 1,7
op een totale OPEC-productie van 24,7 miljoen vaten per dag. De resterende 0,4
wordt beperkt door producenten die niet tot OPEC behoren (Mexico, Oman,
Rusland en Noorwegen). De Petroleum Economist noemt voor maart een totale
wereld olieproductie van 73,5 miljoen vaten per dag waarvan 30,7 (42%)
afkomstig van OPEC-landen. Het verschil tussen 30,7 en 24,7 bestaat voor een
belangrijk deel uit aardgascondensaat. De 2,1 miljoen ton beperking betekent
een daling van de olieproductie met bijna 3%.
Hoewel in de markt lange tijd getwijfeld werd aan de haalbaarheid van de
OPEC-plannen, lijkt het er steeds meer op dat het kartel dit keer wel de
discipline opbrengt die nodig is. In mei behaalden de aangesloten leden bijna
90% van de afgesproken productiebeperking. Normaal gesproken daalt in de
zomermaanden de olieprijs door seizoensinvloeden. Immers, het grootste
verbruik komt van geïndustrialiseerde landen uit de noordelijke helft van de
aardbol en door de zomerse warmte neemt de vraag naar olie af. Door de
eensgezindheid van de OPEC blijft deze prijsdaling dit jaar uit. In augustus
wordt de 20 dollar grens gepasseerd. Eind december ligt de prijs op 25 dollar.
Het idee dat de prijs in december wel eens tot 30 dollar per vat op kon lopen,
wordt geen realiteit. Voor vele olieproducerende landen en olieconcerns is het
een opluchting dat de opgelopen economische schade door de lage prijs in de
tweede helft van 1999 gedeeltelijk wordt goedgemaakt. Hoewel OPEC-leden wel
eens hebben aangeven dat 21 dollar per vat hun doel is, wordt niet verwacht
dat zij op korte termijn maatregelen gaan nemen om tot een lagere olieprijs te
komen. De afgesproken beperking duurt in ieder geval nog tot maart 2000.