OPEC realiseert hogere olieprijs

Berichten uit
1999
Na een aanvankelijke opleving in januari gaat de olieprijs in februari opnieuw richting de 10 dollar per vat. Op de halfjaarlijkse OPEC-vergadering in maart wordt daarom besloten de OPEC-productie met zo'n 10% te verminderen. Ook vier niet-OPEC landen doen mee. De productiebeperking gaat op 1 april in. Als blijkt dat de productie inderdaad daalt, gaat de olieprijs stijgen. In de zomer wordt de grens van 20 dollar gepasseerd. Het doel van de OPEC wordt hiermee gerealiseerd. De OPEC blijkt ondanks zijn teruggelopen marktaandeel nog steeds in staat te zijn om door zijn beslissingen de olieprijs, in ieder geval op korte termijn, een bepaalde kant op te sturen. In september besluit de OPEC om de productiebeperking in ieder geval tot maart 2000 te handhaven. De olieprijs blijft hierop richting de winter, wanneer de vraag het hoogste is, oplopen tot een niveau van 25 dollar

Ontwikkeling van de olieprijs

De prijs van Brent ruwe olie (Noordzee olie) is in 1998 gemiddeld 13 dollar per vat tegen 19 dollar per vat in 1997 en daalt steeds verder. De daling begon in het vierde kwartaal van 1997, toen op de oliemarkt overaanbod ontstond. De redenen hiervoor waren een verhoogde OPEC-productie (toename met 2,5 miljoen vaten per dag in november 1997), een daling van de vraag in het Aziatisch-Pacifisch gebied en een zachte winter op het noordelijk halfrond. De productiebeperking in juni 1998 door de OPEC (2,6 miljoen vaten minder) en sommige niet-OPEC landen (0,5 miljoen vaten) zorgde weliswaar voor enige steun, maar kon niet voorkomen dat de olieprijs eind 1998 zelfs beneden de 10 dollar per vat daalde. Zover zelfs dat de bodem in de markt bereikt werd. Op dat prijsniveau is het economisch gezien bij een aantal velden niet meer interessant om ze nog te exploiteren. Het aanbod neemt dus af, waardoor de prijs zich stabiliseert. De lage olieprijs heeft grote economische gevolgen voor de olie-exporterende landen. Ook energiebesparing en in mindere mate de toename van duurzame energie komen er door onder druk te staan.
Na aanvankelijke verdeeldheid komt de OPEC in maart tot een akkoord over lagere olieproductie. In totaal gaat de productie per 1 april met 2,1 miljoen vaten per dag naar beneden. Tien OPEC-leden zorgen voor een beperking van 1,7 op een totale OPEC-productie van 24,7 miljoen vaten per dag. De resterende 0,4 wordt beperkt door producenten die niet tot OPEC behoren (Mexico, Oman, Rusland en Noorwegen). De Petroleum Economist noemt voor maart een totale wereld olieproductie van 73,5 miljoen vaten per dag waarvan 30,7 (42%) afkomstig van OPEC-landen. Het verschil tussen 30,7 en 24,7 bestaat voor een belangrijk deel uit aardgascondensaat. De 2,1 miljoen ton beperking betekent een daling van de olieproductie met bijna 3%.
Hoewel in de markt lange tijd getwijfeld werd aan de haalbaarheid van de OPEC-plannen, lijkt het er steeds meer op dat het kartel dit keer wel de discipline opbrengt die nodig is. In mei behaalden de aangesloten leden bijna 90% van de afgesproken productiebeperking. Normaal gesproken daalt in de zomermaanden de olieprijs door seizoensinvloeden. Immers, het grootste verbruik komt van geïndustrialiseerde landen uit de noordelijke helft van de aardbol en door de zomerse warmte neemt de vraag naar olie af. Door de eensgezindheid van de OPEC blijft deze prijsdaling dit jaar uit. In augustus wordt de 20 dollar grens gepasseerd. Eind december ligt de prijs op 25 dollar. Het idee dat de prijs in december wel eens tot 30 dollar per vat op kon lopen, wordt geen realiteit. Voor vele olieproducerende landen en olieconcerns is het een opluchting dat de opgelopen economische schade door de lage prijs in de tweede helft van 1999 gedeeltelijk wordt goedgemaakt. Hoewel OPEC-leden wel eens hebben aangeven dat 21 dollar per vat hun doel is, wordt niet verwacht dat zij op korte termijn maatregelen gaan nemen om tot een lagere olieprijs te komen. De afgesproken beperking duurt in ieder geval nog tot maart 2000.


Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 1999