Marktwerking bij de benzinestations

Berichten uit
1999
Na een kritische evaluatie van de benzinemarkt heeft het kabinet besloten om hier meer concurrentie te creëren. Deze operatie vind plaats in het kader van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW). In maart brengen een drietal werkgroepen advies uit hoe langs de autowegen tot meer concurrentie gekomen kan worden. Met deze implementatievoorstellen belegt de overheid in mei een tweetal consultatiebijeenkomsten. Bij het overleg op 20 mei met de 'zittende partijen', die reeds benzine stations exploiteren, wilde deze eerst over de uitgangspunten praten. Nadat de voorzitter aangegeven had dat dit niet de bedoeling was, verliet een ruime meerderheid de bijeenkomst. De consultatiebijeenkomst met andere belanghebbende partijen (nieuwe toetreders, consumenten en andere maatschappelijke organisaties) op 31 mei is wel goed verlopen. In juli gaan de 'zittende partijen' toch weer met de overheid om de tafel zitten. Tot een akkoord komt het echter in 1999 niet meer.

Nieuwe randvoorwaarden benzinemarkt in ontwikkeling

De overheid belemmert door een aantal zaken zelf de marktwerking. De volgende suggesties zijn reeds gedaan:

  • Opheffen van het verbod op onbemande benzinestations.
  • Opheffen van de verplichting tot het voeren van alle gangbare motorbrandstoffen.
  • Toestaan van 'sobere' reclame voor motorbrandstofprijzen langs de autosnelweg.
  • Opheffen van het 20 kilometerstramien (de regel dat om de twintig kilometer een benzinestation wordt gevestigd).

Opheffen van de functiescheiding tussen benzinestations en wegrestaurants.
In maart is de stand van zaken: De eerste twee aanbevelingen zijn inmiddels verwerkt in een ontwerpbesluit tot wijziging van de Richtlijnen bewegwijzering. Wat betreft het toestaan van sobere prijsreclame zal een wijziging van het aanduidingenbeleid worden voorbereid. Het twintig kilometer stramien is historisch bepaald. Er wordt naar gestreefd betere criteria te ontwikkelen, die rekening houden met belangen van ruimtelijke ordening en verkeersveiligheid. Totdat die nieuwe criteria zijn vastgesteld wordt de afwijking van het twintig kilometer stramien beperkt tot nieuwe locaties aan bestaande op- en afritten. De functiescheiding tussen benzinestations en wegrestaurants wordt opgeheven.

Er is een drietal werkgroepen opgericht, dat aanbevelingen heeft gedaan. 

De werkgroep 'veilen' adviseert om maatschappijen met een klein marktaandeel een voorkeursbehandeling te geven bij het voor 15 jaar in gebruik geven van nieuwe locaties. Een bekende maatschappij zal namelijk veel meer omzet maken op een locatie en kan daardoor meer bieden dan een onbekende. Bij het veilen wordt een locatie niet toegewezen aan de hoogste bieder, maar aan de hoogste bieder gecorrigeerd voor marktaandeel. Hoe hoger het aandeel, hoe meer er geboden moet worden. Een vergunning geeft direct ook recht op het leveren van restauratieve voorzieningen.

De werkgroep 'bestaande overeenkomsten' adviseert het openbreken van alle contracten voor onbepaalde tijd. Door het contract pas over 10 jaar te beëindigen, hoeft nu maar een kleine afkoopsom betaald te worden.

De werkgroep 'verbruiksvergoeding' adviseert om naast een eenmalige betaling voor de vergunning de jaarlijkse vergoeding niet te koppelen aan de feitelijk verkochte volumina, maar aan de hoeveelheid motorbrandstof die gekoppeld aan criteria als verkeersintensiteit, zichtbaarheid en kavelgrootte bij normaal ondernemerschap verkocht zou worden.



Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 1999