Productie industriële gassen steeds meer uitbesteed

Berichten uit
1999
In 1997 begon Air Products met de grootste zuurstoffabriek ter wereld in het Botlekgebied te leveren aan onder andere Shell. De wereldwijde tendens van bedrijven om ook bij grootschalige projecten de gassen niet zelf te maken maar in te kopen zet ook dit jaar door. De afnemers van de gassen kunnen zich meer richten op hun kernactiviteiten, hoeven minder te investeren en lopen minder risico.

Air Liquide neemt in juli een koolmonoxide fabriek van 140 miljoen gulden in gebruik, gebaseerd op steamreforming en cryogene scheiding, ten behoeve van GE Plastics in Bergen op Zoom. De installatie die jaarlijks 70.000 ton koolmonoxide moet leveren, wordt wereldwijd de eerste installatie die GEP niet zelf beheerd. De gelijktijdig geproduceerde waterstof gaat via een ondergrondse leiding naar Antwerpen en Noord-Frankrijk. Air Liquide heeft in de regio een leidingnetwerk van 2700 km voor transport van een viertal gassen. Via dit netwerk kunnen ook kortstondige storingen worden opgevangen.

In Rotterdam bouwt de elektriciteitsproducent EZH momenteel samen met Hoek Loos een Utility Centre Rotterdam dat waterstof, synthesegas en koolmonoxide gaat produceren voor bedrijven in de Rijnmond. Naast gassen wordt door een utility centre soms ook elektriciteit, water en stoom geleverd. Het aantal grote aanbieders op deze gasmarkt neemt in 1999 van acht af naar zeven.
Voor 350 miljoen gulden neemt Air Liquide in maart eerst de gasactiviteiten van BOC in de Benelux en Duitsland over. In september wordt de rest van dit concern overgenomen door Air Liquide en Air Products voor 11,2 miljard gulden.


Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 1999