Moeten pomphouders in de grensstreek subsidie terugbetalen?

Berichten uit
1999
In januari wordt bekend dat honderden pomphouders aan de grensstreek met Duitsland het risico lopen dat zij een forse subsidie van ruim 200.000 gulden per tankstation moeten terugbetalen aan de Nederlandse staat. Bij de verhoging van de benzine accijns in 1997 heeft het ministerie van Financiën deze tankstations financieel gecompenseerd om te voorkomen dat massaal in het buitenland getankt zou gaan worden. De Europese Commissie heeft deze subsidie inmiddels echter verboden en gesteld dat per oliemaatschappij slechts een eenmalige subsidie van 100.000 Euro toegestaan was. Het verschil moet worden terugbetaald. In oktober willen de pomphouders via een kortgeding weten waar ze aan toe zijn. De minister besluit daarop om allereerst te proberen het geld terug te vorderen van de oliemaatschappijen waarmee de pomphouders contractuele prijsafspraken hebben gemaakt. De oliemaatschappijen zijn het hier niet mee eens en stellen dat de contractuele prijssteunregeling waarnaar verwezen wordt alleen bedoeld is om de pomphouders te compenseren voor lokale prijsoorlogen.
Doordat de Duitse regering besloten heeft om de komende vier jaar jaarlijks de accijns met 7 cent per liter te verhogen zal het huidige prijsverschil van 25 tot 35 cent tussen Nederland en Duitsland snel kleiner worden. Nederland kent op dit moment een jaarlijkse aanpassing van de accijns voor inflatie van ongeveer 2 cent per liter.

Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 1999