Offshore windenergie |
Berichten uit 1999 |
In mei presenteert Novem het 'Plaatsingsplan windenergie buitengaats'. Dit plan was al aangekondigd in het Actieprogramma Duurzame Energie in Opmars 1997-2000 van het Ministerie van Economische Zaken. Het plaatsingsplan bestaat uit een bundel deelstudies. Hierin zijn verschillende aspecten van offshore windenergie onder de loep genomen, zoals locatieselecties, invloed op het milieu en ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt. Uit de locatiestudie bleek dat van de totale oppervlakte van 58.619 km2 van het Nederlands Continentale Plat de beschikbare ruimte voor windenergie 41.425 km2 is. Daarbij is onder andere rekening gehouden met scheepvaart, kabels en leidingen en delfstoffenwinning. De beschikbare ruimte op zee met dieptes van minder dan 20 meter bedraagt volgens de studie 3250 km2.
Het plaatsingsplan voorziet verder in de bouw van een 100 MW demonstratieproject Near Shore Windpark 8 tot 12 km uit de kust om de nodige relevante kennis en ervaring op te doen. Tijdens de Duurzame Energieconferentie in november kondigt minister Jorritsma het voornemen aan dit park voor de kust van Egmond aan Zee te bouwen. In 2000 zal hiervoor een inspraakprocedure worden gestart. Het park zou dan in 2003 moeten draaien.
Als vervolg op het Plaatsingsplan is in opdracht van de Novem een studie
verricht naar de plaatsingsmogelijkheden van windparken in de zee op grote
afstand uit de kust in diep water. Hieruit blijkt dat op een afstand van 100 km
bij een diepte tussen de 30 en 50 meter van een windpark van 1944 MW de
opgewekte elektriciteit een geschatte kostprijs heeft van 13,1 cent per kWh. Bij
een soortgelijk park op 20 km afstand van de kust op een diepte van 15 meter zou
deze kostprijs 10,9 cent bedragen. Dit verschil komt vooral doordat op grotere
afstand uit de kust duurdere funderingen nodig zijn.