Milieubelasting afhankelijk van inkomen?

Berichten uit
1999
Drie onderzoeksrapporten stellen de (ont)koppeling tussen economie en milieubelasting centraal:
  • Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) concludeert dat inkomensgroei leidt tot een extra beslag op het milieu. Vooral veelverdieners belasten het milieu. Ze verbruiken meer aardgas in hun grotere huizen, bezitten meer elektrische apparaten, rijden vaker auto en gaan meer op vakantie. De toenemende efficiëntie van apparaten wordt hierdoor tenietgedaan.
  • Het Centraal Planbureau (CPB) rapporteert dat de koppeling tussen economie en milieu ook in omgekeerde richting optreedt. Twee varianten van intensiever klimaatbeleid leiden beide tot een verlaging van het Bruto Nationaal Product (BNP). Beide varianten beogen een emissiereductie van 2% per jaar tot 2020. In de eerste variant legt de overheid strenge normen op en verdubbelt ze de energiebelasting, in de tweede variant reguleert de markt zichzelf via onder andere de invoering van verhandelbare emissierechten. De belangrijkste conclusie is dat in beide varianten klimaat gespaard wordt ten koste van de economie. Het BNP daalt met 1 tot 1,75 % en het aantal banen neemt met 0,5 tot 0,75% af. De tweede variant drukt volgens het CPB het zwaarst op de economie.
  • Dat ontkoppeling van economische groei en milieubelasting mogelijk is bewijst een experiment onder twaalf vrijwillig aangemelde gezinnen. Uit dit tweejarig onderzoek concludeert CEA, bureau voor communicatie en advies over energie en milieu, dat het energiegebruik ook bij groeiend inkomen kan afnemen, door er een andere leefstijl op na te houden. Na een training in een 'energie-extensieve leefstijl' werden de inkomsten van de deelnemers in het eerste jaar stapsgewijs met 20% verhoogd. Desondanks gebruikten de twaalf huishoudens uiteindelijk 43% minder energie dan vergelijkbare huishoudens. Iedereen kon zijn eigen keuzen blijven maken, maar allen hebben zichzelf - via een meetsysteem van energie-intensiteit - geleerd om meer diensten in te kopen (klusjesman, tuinman, oppas) en arbeidsintensieve producten met een relatief kleine energiecomponent (handgemaakte meubels, kunst) te prefereren boven het massaproduct.


Terug naar thema Techniek en onderzoek 1999