Kabinetsstandpunt publieke belangen en marktordening |
Berichten uit 2000 |
Regelgeving wordt steeds meer een complement van marktwerking, met een sterke overheid als regisseur. De verantwoordelijkheid van de overheid betreft bijvoorbeeld garantie van universele dienstverlening, bescherming van gebonden klanten, leveringszekerheid, kwaliteit van de dienstverlening en het voorkomen van negatieve effecten voor milieu, veiligheid en volksgezondheid. De notitie onderscheidt vijf stappen die de overheid in haar rol van regisseur moet nemen.
De vijf stappen van de overheid als regisseur
Marktordening is maatwerk. Het kabinet onderscheidt vier alternatieve concurrentievormen. Een periodieke heroverweging van de concurrentievorm is mogelijk naar aanleiding van bepaalde ontwikkelingen.
|
|
||
| Concurrentievormen in voorkeursvolgorde | Voorbeelden van sectoren | |
|
|
||
| 1 | Concurrentie tussen infrastructuren: aanbieders gebruiken verschillende netwerken | telecommunicatie |
| 2 | Concurrentie op de infrastructuur: aanbieders gebruiken dezelfde infrastructuur | elektriciteitsmarkt |
| 3 | Concurrentie om de markt: concurrentie om de markt via aanbesteding | stads- en streekvervoer |
| 4 | Maatstafconcurrentie en Benchmarking: maatstaven voor de prestaties of onderlinge vergelijking | watersector |
|
|
||
De notitie maakt duidelijk dat de overheid de voorkeur geeft aan de
privatisering van overheidsbedrijven in zowel een concurrerende als
een niet-concurrerende markt. In een concurrerende markt waarborgt dit
de concurrentie van netwerkdiensten. In een niet-concurrerende markt
is wel toezicht nodig: monopolisten hebben minder prikkels om
efficiënt te produceren en neigen sneller tot misbruik van hun
machtspositie. Daarom kan gedurende enige tijd publiek eigendom de
voorkeur krijgen boven privatisering.