Kabinetsstandpunt publieke belangen en marktordening

Berichten uit
2000
Op 21 februari stuurt minister Jorritsma van Economische Zaken de kabinetsnotitie Publieke belangen en marktordening -- Liberalisering en privatisering in netwerksectoren aan het parlement. In deze notitie staat hoe de overheid haar verantwoordelijkheid voor publieke belangen in netwerksectoren doelmatig en effectief kan waarborgen.

Regelgeving wordt steeds meer een complement van marktwerking, met een sterke overheid als regisseur. De verantwoordelijkheid van de overheid betreft bijvoorbeeld garantie van universele dienstverlening, bescherming van gebonden klanten, leveringszekerheid, kwaliteit van de dienstverlening en het voorkomen van negatieve effecten voor milieu, veiligheid en volksgezondheid. De notitie onderscheidt vijf stappen die de overheid in haar rol van regisseur moet nemen.

De vijf stappen van de overheid als regisseur

  • Inventariseren en definiëren van het publieke belang in een netwerksector
  • Vertalen van dit publieke belang in harde randvoorwaarden voor de productie en distributie van netwerkdiensten
  • Inrichten van onafhankelijk en sterk toezicht
  • Kiezen van de beste vorm van marktordening
  • Beslissen over de eigendomspositie

Marktordening is maatwerk. Het kabinet onderscheidt vier alternatieve concurrentievormen. Een periodieke heroverweging van de concurrentievorm is mogelijk naar aanleiding van bepaalde ontwikkelingen.


  Concurrentievormen in voorkeursvolgorde Voorbeelden van sectoren

1 Concurrentie tussen infrastructuren: aanbieders gebruiken verschillende netwerken telecommunicatie
2 Concurrentie op de infrastructuur: aanbieders gebruiken dezelfde infrastructuur elektriciteitsmarkt
3 Concurrentie om de markt: concurrentie om de markt via aanbesteding stads- en streekvervoer
4 Maatstafconcurrentie en Benchmarking: maatstaven voor de prestaties of onderlinge vergelijking watersector

De notitie maakt duidelijk dat de overheid de voorkeur geeft aan de privatisering van overheidsbedrijven in zowel een concurrerende als een niet-concurrerende markt. In een concurrerende markt waarborgt dit de concurrentie van netwerkdiensten. In een niet-concurrerende markt is wel toezicht nodig: monopolisten hebben minder prikkels om efficiënt te produceren en neigen sneller tot misbruik van hun machtspositie. Daarom kan gedurende enige tijd publiek eigendom de voorkeur krijgen boven privatisering.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2000