Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel II |
Berichten uit 2000 |
In het kader van het internationale klimaatbeleid heeft Nederland de verplichting op zich genomen de emissie van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met 6 procent te reduceren ten opzichte van 1990. De Nederlandse bijdrage aan de verplichting van de Europese Unie in het Kyoto Protocol komt overeen met gemiddeld 50 Mton CO2-equivalenten per jaar over die periode. De helft daarvan komt voor rekening van de binnenlandse maatregelen (deel I van de nota), de andere helft zou behaald moeten worden door middel van de mechanismen zoals gedefinieerd in het Kyoto Protocol.
De drie Kyoto-mechanismen zijn Joint Implementation (JI),
internationale emissiehandel en het Clean Development Mechanism (CDM).
Door middel van deze mechanismen is het mogelijk emissies terug te
dringen in die landen waar dat tegen de laagste kosten kan. De
behaalde emissiereducties tellen, geheel of gedeeltelijk, mee in de
nationale reductieverplichting. De summiere beschrijving in het Kyoto
Protocol maakt nadere uitwerking van de mechanismen noodzakelijk.
Bovendien is het voorlopig moeilijk potentieel en kosten van de
emissiereducties exact te bepalen. Uitvoering van het CDM ligt bij het
Ministerie van VROM.
Meer informatie
Uitvoeringsnota klimaatbeleid deel I
Dossiers
Het Nederlandse klimaatbeleid in internationaal perspectief - 2001 (115 kB)