Meer steun voor warmtekrachtkoppeling, maar verdeelde reacties

Berichten uit
2000
De rentabiliteit van met name kleinschalige warmtekracht vermindert sterk door de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. In de glastuinbouw dreigt de ver doorgevoerde ontwikkeling van warmtekracht te stagneren door de prijsontwikkeling op de liberaliserende energiemarkt. De kamer vindt het milieuvoordeel van warmtekracht belangrijk. Ze komt daarom eind maart met een motie om binnen twee maanden te komen met een voorstel voor fiscale stimuleringsmaatregelen. Een van de opties is om de Regulerende Energie Belasting (Ecotaks, REB) terug te sluizen. Andere mogelijkheden zijn aanpassing of afschaffing van de brandstoffenbelasting, of aangepaste tarieven voor warmtekracht. In september maakt de minister van EZ de stimuleringsmaatregelen voor warmtekracht bekend in een brief aan de Tweede Kamer. Het gaat om in totaal 230 miljoen gulden per jaar. De CO2-reductie van het pakket wordt geraamd op 1 tot 2 Mton. De minister benadrukt in haar brief aan de Kamer dat het gaat om marktconforme en kosteneffectieve stimulering:
  • extra terugleververgoeding van 0,5 cent per kWh, in de vorm van een afdrachtkorting op de REB (130 miljoen),
  • verlaging van de nettarieven voor warmtekracht door DTe,
  • een verhoging van de energie-investeringsaftrek (EIA) van 40 naar 55 procent (80 miljoen).

De elektriciteit afkomstig uit een warmtekrachtinstallatie die men direct zelf gebruikt blijft vrijgesteld van de regulerende energiebelasting. Hiermee is een extra bedrag van circa 20 miljoen gulden gemoeid. Voor de extra terugleververgoeding van 0,5 cent per kWh, moet een warmtekrachtinstallatie voldoen aan de rendementseis die ook voor de EIA en Vamil geldt. De vergoeding is beperkt tot 200 GWh geleverde elektriciteit, een middelgrote warmtekrachtinstallatie. Ook DTe gaat een aantal maatregelen nemen. De voordelen van warmtekracht komen hierdoor tot uitdrukking in de nettarieven. Met dit pakket komt de minister tegemoet aan de wens om op korte termijn stimuleringsmaatregelen te treffen voor nieuwe warmtekracht en de instandhouding van bestaande warmtekracht. Het toekomstige stimuleringsbeleid moet beter aansluiten bij de daadwerkelijke CO2-prestatie van de verschillende technieken. Daarnaast zal de minister rekening moeten houden met het toekomstige Europese milieusteunkader.

VNO-NCW is tevreden met de plannen en vindt een 0,5 cent per kWh een behoorlijke verbetering. Het IEA laat zelfs weten de stimulansen voor warmtekracht te sterk te vinden. De belangenorganisatie van warmtekracht, Cogen, vindt de maatregelen echter volstrekt onvoldoende om de nijpende situatie van warmtekracht te verbeteren: een half miljard zou nodig zijn. Ook de Vereniging van Energie, Milieu en Water (VEMW) ziet in de maatregelen niet meer dan een eerste aanzet en vindt ze onvoldoende om bestaande investeringsplannen tot uitvoer te brengen. Het Productschap Tuinbouw vindt dat de maatregelen voor de tuinbouw onvoldoende effect sorteren en wil aanvullende maatregelen. Door het nieuwe tarievensysteem van Gasunie is de bouw van nieuwe installaties vrijwel stil komen te liggen. Afhankelijk van het verbruikspatroon betalen tuinders 3 tot meer dan 10 cent/m3 extra. Volgens de tuinders beperken de toezeggingen van de minister dit verlies met slechts 1,5 cent. De milieuafspraken van de tuinbouw met de overheid zouden in gevaar komen als warmtekracht onaantrekkelijk blijft. Driekwart van de kleinschalige warmtekrachtstaat bij kassen.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2000