Tweede Kamer neemt de Overgangswet morrend aan

Berichten uit
2000
Op 6 november keurt de Tweede Kamer de overgangswet voor de elektriciteitsproductiesector goed. De wet regelt onder meer de opheffing van de Overeenkomst van Samenwerking (OvS) per 1 januari 2001. Hiermee wordt marktwerking mogelijk. Ondanks kritiek van CDA en de coalitiepartijen D66 en PvdA krijgen de vier grote stroomproducenten in Nederland voorrang bij de import van stroom, om aan hun langlopende verplichtingen met buitenlandse partijen te kunnen voldoen. Half oktober sloot minister Jorritsma een overeenkomst met de vier bedrijven. In ruil voor overname van alle aandelen TenneT door de overheid voor 2,55 miljard gulden, zouden de vier bedrijven de bakstenen overnemen. Ook moeten zij zich inspannen om 600 MW van de 1500 MW importcapaciteit die zij nu in beslag nemen terug te geven aan de markt. In totaal is er 3900 MW aan importcapaciteit. Na aftrek van de noodzakelijke megawatts voor het in stand houden van de spanning op het net, resteert voor derden (grote bedrijven) 2100 MW. volstrekt onvoldoende om aan de vraag naar buitenlandse stroom te voldoen. De Tweede Kamer wil nu dat de importcapaciteit die niet voor de vier producenten is, wordt geveild. Zo ontstaat voor alle afnemers een marktconforme prijs voor de stroom uit het buitenland. De vier producenten, nu nog verenigd in de SEP, moeten per 1 januari elkaars concurrenten worden. Dit is noodzakelijk om invulling te geven aan een Europese richtlijn die lidstaten verplicht de stroomsector te liberaliseren. In 2004 moet de gehele stroommarkt in Nederland vrij zijn.

Best uit de Test
Uit een studie van het Internationaal Energieagentschap, IEA, is het Nederlandse energiebeleid als gunstigste naar voren gekomen. Er is vooral lof voor de wijze waarop Nederland hoge milieueisen combineert met een liberalisering van de energiemarkt die sneller is dan in andere Europese landen. Wel adviseert het IEA Nederland in Europees verband de gastoevoer op lange termijn veilig te stellen. De druk op het Groningse gasveld neemt immers af, en Nederland importeert gas uit Rusland.

Volgens CDA-kamerlid Hans van den Akker is de voorrang die oude langlopende stroomcontracten krijgen bij de verdeling van de importcapaciteit tegen de Europese wetgeving. Hij eist dat de voorkeursbehandeling wordt geschrapt. In de Overgangswet Elektriciteitsproductiesector wordt de onrendabele erfenis van voor de liberalisering verdeeld. De oude langlopende importcontracten van de SEP krijgen voorrang bij de verdeling van de schaarse importcapaciteit. Daardoor blijft te weinig over voor de vrije markt en dat houdt de stroomprijs hoog.

Hoewel de voorrang van de grote vier gehandhaafd blijft, gaat het wel meer kosten. PvdA en VVD brengen, tegen de wens van minister Jorritsma, tijdens de Kamerbehandeling van de Overgangswet elektriciteitssector een amendement in. De vier elektriciteitsproductiebedrijven moeten hierdoor gaan betalen voor de ruimte die ze nodig hebben op het grensoverschrijdende hoogspanningsnet. Ook worden zij gedwongen om een deel van hun importcapaciteit beschikbaar te stellen aan andere afnemers.

Niet alleen de Tweede Kamer heeft problemen met de wet. De VEMW, VNCI, FME-CWM, MKB-Nederland en de consumentenbond trekken fel van leer tegen de nieuwe elektriciteitswet. Volgens de energieverbruikers zal de wet leiden tot een lastenverzwaring van 2 miljard gulden per jaar. De voorrangspositie van de SEP (EZH, UNA, EPZ en Epon) zou voor echte marktwerking geen ruimte laten. De verhoging van de importcapaciteit met 600 MW is te vrijblijvend en volstrekt onvoldoende. Gebruikers blijven gedwongen duurdere energie uit eigen land te kopen, een kostenpost van circa 1,5 miljard gulden per jaar.

De VEMW dient op 2 november bij de Hoofdofficier van Justitie van Arnhem een klacht in tegen SEP en TenneT. De afspraken die de twee organisaties gemaakt hebben over de voorrang van langlopende SEP-importcontracten zouden inbreuk maken op de onafhankelijkheid van de netbeheerder en zijn dus in strijd met de Elektriciteitswet 1998.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2000