Herziening oliecrisisbeleid

Berichten uit
2000
In mei maakt Minister Jorritsma van Economische Zaken bekend geen zware rantsoenmaatregelen meer in te willen zetten wanneer de olieaanvoer sterk is verstoord. In het kader van internationale afspraken moet Nederland in dergelijke omstandigheden de vraag naar olieproducten met 7 tot 10 procent beperken. Volgens de minister kan voldoende reductie in de olievraag worden bereikt door voorlichting, een lagere maximumsnelheid, de instelling van een zondagsrijverbod en het maken van afspraken met raffinaderijen en de petrochemische industrie.

In het kader van het nieuwe oliecrisisbeleid is een voorstel voor de Wet Voorraadvorming Aardolieproducten 2001 naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet verplicht het Nederlandse bedrijfsleven tot het aanhouden van een minimale voorraad aardolieproducten. Het belangrijkste nieuwe aspect van deze wet is dat het oliebedrijfsleven en de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten deels aan de voorraadverplichtingen kunnen voldoen door middel van reserveringen op voorraden van derden. De voorraadplichtige hoeft niet langer eigenaar van de betreffende olie te zijn maar kan tegen betaling gebruik maken van 'voorraadoverschotten' bij anderen, waardoor de kosten dalen. De totale buffervoorraad, en daarmee de voorzieningszekerheid, zal hierdoor afnemen. Volgens de minister kunnen echter met een meer marktconforme benadering toch voldoende waarborgen worden gegeven bij een verstoring van de olievoorziening. De wet moet na goedkeuring door de beide kamers in april 2001 van kracht worden.


Terug naar thema Olieproducten en raffinaderijen 2000