Gasbeleid overheid inzet van rechtszaak |
Berichten uit 2001 |
Acht politieke jongerenorganisaties en de Nationale Jongerenraad voor Milieu en Ontwikkeling spannen een rechtszaak aan tegen de Nederlandse overheid over het aardgasbeleid. De klagers menen dat het aardgas in Nederland in een veel te hoog tempo wordt gewonnen. Dit is in strijd met een verantwoord beheer van eindige fossiele energievoorraden. De overheid stelt daar tegenover dat de wereld nog voor honderden jaren gasvoorraden heeft in de vorm van gashydraten op de zeebodem. Verder is de energiemarkt een mondiale markt en bovendien verwacht de overheid succes met energiebesparing en de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. De jongerenorganisaties achten dit optimisme ongegrond. Wetenschappers zijn van oordeel dat exploitatie van gashydraten moeilijk en in ieder geval kostbaar is. De ambitie van de overheid om in 2020 10% van het energieverbruik te dekken met duurzame energie is volgens de organisaties onvoldoende, als het Nederlandse aardgas opraakt. Nederland zal over 25 jaar een belangrijke inkomstenbron verliezen en bovendien moeten rekenen op fors hogere kosten voor energie-import. Ook vrezen de organisaties dat Nederland onvoldoende is voorbereid op verschuivingen in de wereldorde en op ecologische beperkingen (klimaatproblematiek).
De Rechtbank in Den Haag oordeelt op 2 mei 2001 dat niet is aangetoond dat het aardgasbeleid van de Staat onrechtmatig is.