Klimaatconferentie in Bonn

Berichten uit
2001

Op 23 juli wordt een overeenkomst bereikt op de Klimaatconferentie (COP6), in Bonn. Het akkoord wordt beschouwd als een triomf voor voorzitter Jan Pronk, die er met een nacht doorvergaderen een uitputtingsslag van maakte. Toch is het akkoord geen onverdeeld succes. De Verenigde Staten, die de grootste CO2-uitstoot hebben, ondertekenen niet. Door het wegvallen van de VS heeft Japan een sleutelrol gekregen. Door tot op het laatst onzekerheid te laten bestaan over de ondertekening van het akkoord, weet dit land grote concessies af te dwingen. De effectiviteit van het Kyoto protocol is sterk afgenomen, maar zonder de overeenkomst van Bonn zouden veel landen het protocol niet geratificeerd hebben.

De reacties op de overeenkomst van Bonn zijn gemengd, maar wel overwegend positief. Er is met name veel waardering dat er nu duidelijkheid is.

Hoofdpunten van de overeenkomst van Bonn:

  • Een aantal landen waaronder Japan, Canada en Nieuw-Zeeland mogen meer sinks opvoeren, dankzij de EU die een deel van haar eigen ruimte beschikbaar stelt.
  • Geen toezeggingen over handhaving. De overeenkomst spreekt wel van sancties, maar een wettelijk bindende overeenkomst wordt op zijn vroegst over twee of drie jaar verwacht. Australië heeft de onderhandelingen hierover geblokkeerd.
  • Fondsen voor aanpassing. Een bindende overeenkomst over de financiering is niet bereikt, maar de EU, Canada, IJsland en Nieuw-Zeeland hebben bijdragen van circa 450 miljoen € per jaar toegezegd. Ook Japan heeft beloofd bij te dragen.
  • Kyoto mechanismen. De onderhandelingen hierover zullen plaatsvinden tijdens COP 7.
  • Nucleair wordt niet toegestaan binnen het CDM.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2001