Onderzoek kosteneffectiviteit energiesubsidies (IBO-rapport)

Berichten uit
2001

In oktober komt het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de kosteneffectiviteit van energiesubsidies naar buiten. Een belangrijke conclusie is dat de gegevensverzameling vaak een knelpunt is voor het bepalen van de kosteneffectiviteit van energiesubsidies. Ook is nu vaak niet te beoordelen of een regeling voldoet aan de verwachtingen, doordat die verwachtingen niet expliciet zijn gemaakt. Verder blijkt dat het freerider-effect van regelingen zoals de EIA (Energieinvesteringsaftrek) en EINP (Energieinvesteringsaftrek Non-profit) kan oplopen tot 50%, voor de ZT (subsidieregeling actieve zon-thermische systemen) zelfs 60%. Gecorrigeerd voor het attentie-effect, de rol die een regeling speelt bij het richten van de aandacht op bepaalde maatregelen, kunnen deze percentages echter lager uitvallen.

Om de kosteneffectiviteit van instrumenten te verbeteren, beveelt het rapport aan om het instrument te kiezen op basis van een concreet beleidsdoel, en het verder vorm te geven op basis van een ex ante evaluatie. Een andere aanbeveling is om instrumenten op structurele wijze ex ante en ex post te evalueren, en de gegevensverzameling voor deze evaluaties te stroomlijnen. Hierbij moet er expliciete aandacht zijn voor het kwantificeren van de beoogde effecten en de verwachte kosten. Tussentijdse evaluaties moeten een rol spelen bij het monitoren van de beleidsinstrumenten.


Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2001