Bodemdaling |
Berichten uit 2002 |
In oktober 2002 blijkt uit tussentijdse metingen van de NAM dat de bodem van Groningen door de aardgaswinning veel sneller daalt dan gedacht. De bodem is al verder gedaald dan voorspeld voor 2010. Uit metingen blijkt dat de bodem onder de stad Groningen sinds begin jaren zestig 9 centimeter is gedaald, terwijl volgens de prognoses de bodemdaling in 2010 zes centimeter zou bedragen. Het aardgas in een poreuze gesteentelaag staat onder hoge druk als gevolg van de aardlagen erboven. Zodra het gas wordt gewonnen, neemt de druk in de poreuze gesteentelaag geleidelijk af. Als dat gebeurt worden de korrels van het gesteente door het gewicht van de bovenliggende lagen enigszins samengedrukt. Als een gesteentelaag ondergronds wordt samengedrukt, kan dat aan de oppervlakte gevolgen hebben in de vorm van bodemdaling. In welke mate bodemdaling optreedt, hangt af van de mate waarin het gesteente wordt samengedrukt, en van diepte en omvang van de gesteentelaag. Een groot gasveld op geringe diepte geeft meer bodemdaling dan een klein veld op grote diepte.
De bodemdaling in Groningen kan onder andere gevolgen hebben voor de waterhuishouding. Als er geen maatregelen worden getroffen zal het dalen van de bodem een (relatieve) verhoging van de grondwaterstand en de boezemwaterstand veroorzaken, wat de drooglegging van landbouwgrond kan beïnvloeden. Ook ontstaat er een (relatieve) waterstandsverhoging op meren en kanalen, waardoor de doorvaarthoogte van bruggen vermindert. Oeverconstructies en kanaaldijken kunnen lager komen te liggen, wat tot schade kan leiden. Ook de hoogtes van zeedijken, zeesluizen en buitendijks gelegen terreinen verminderen ten opzichte van de zeespiegel.
Door de waterschappen in staat te stellen deze relatieve verhoging van boezem- en polderpeil teniet te doen kan schade worden voorkomen. De Commissie Bodemdaling heeft in 1987 laten onderzoeken wat de schade voor huizen en gebouwen zou kunnen zijn. De verwachting is dat geen schade aan huizen en gebouwen zal optreden, omdat de bodemdaling geleidelijk en gelijkmatig over een zeer groot oppervlak en een lange periode plaatsvindt. Ook compenserende acties van waterschappen zouden daar een rol in spelen.