Boren in de Biesbosch: Raad van State zegt ja, Kamer zegt nee |
Berichten uit 2002 |
In januari 2002 staan Overlegorgaan Biesbosch en de overheid tegenover elkaar in een zitting bij de Raad van State. De zaak tegen proefboringen in de Biesbosch is aan de Raad van State voorgelegd naar aanleiding van bezwaren van het Overlegorgaan Nationaal Park de Biesbosch. Het overlegorgaan is in beroep gegaan tegen een beslissing uit 1995 van de overheid om de NAM toestemming te geven om in de Biesbosch naar gas te boren. De zitting bij de Raad van State gaat over twee vragen:
Op 20 maart 2002 verwerpt de Raad van State het beroep van het Overlegorgaan Nationaal Park de Biesbosch. De Raad van State bepaalt dat het orgaan onbevoegd is om in beroep te gaan tegen een overheidsbeslissing omdat het provincies en gemeenten vertegenwoordigt, die het overheidsbeleid moeten uitvoeren. Het Overlegorgaan Biesbosch is niet ontvankelijk in haar zaak. Toenmalig minister Wijers van Economische Zaken gaf de NAM in 1995 toestemming voor proefboringen in het gebied en door de niet-ontvankelijk-verklaring van de Raad van State blijft dit oorspronkelijke besluit van minister Wijers nu gehandhaafd. Deze uitspraak van de Raad betekent niet dat de NAM meteen mag boren: voor het vinden van een locatie gelden de reguliere inspraakprocedures. Het Overlegorgaan hoopt dat de NAM alsnog geen gebruik maakt van haar recht omdat er geen maatschappelijk draagvlak voor boringen zou zijn.
De Tweede Kamer spreekt zich op 15 april 2002 in een wijziging op de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening uit voor een verbod op mijnbouwactiviteiten in en onder de Biesbosch. Het verbod wordt voorgesteld in een motie die uitgaat van de gedachte dat boringen door de NAM haaks staan op de intenties van de Kamer. De motie krijgt een meerderheid van PvdA, CDA, D66, GroenLinks en SP. Uiteindelijk spreken alle politieke partijen zich in de Tweede Kamer in december 2002 uit voor een tienjarig verbod op gasboringen in natuurgebied de Biesbosch.